Een absurdistische detective

Deze week start de Franse serie ‘Unforgettable – Memories of revenge’. Evelien Bloemena is hoofd aankoop buitenlandse series bij de NPO. Ze legt uit waarom maar weinig Franse series de Nederlandse tv halen.

Franse series zijn een zeldzaamheid op de Nederlandse televisie, une rareté. Vorig jaar was het aantal op de vingers van één hand te tellen. Voor de hele Publieke Omroep worden buitenlandse series centraal ingekocht. Evelien Bloemena is het hoofd van de daarvoor verantwoordelijke afdeling, die uit vijf personen bestaat. Ze zien honderden series per jaar; op beurzen, festivals en via opgestuurde videobestanden.

Op basis van wat een bepaalde zender of omroep nodig heeft, maken ze een keuze uit het aanbod. “Soms zit er ineens een onverwachte parel tussen, het is net schatzoeken.” Bloemena heeft een verklaring voor de zeldzaamheid van Franse titels. “Veel Franse producties hebben een humoristische toon en dat past beter in de middag. Ons tijdslot voor series is de avond. Voor dat tijdstip zoeken we naar wat meer gewicht, wat meer inhoud.”

Dat is niet de enige reden dat de keus vaker op Britse of Scandinavische series valt. “We hebben betere contacten met die landen, maar nog belangrijker is dat die series toegankelijker zijn.”

Daarbij is ook de taal van belang. Veel Nederlanders spreken Engels en zijn daarom bij Britse series niet (volledig) afhankelijk van ondertitels. Voor Scandinavische landen geldt dat er langzamer gesproken wordt, waardoor de ondertiteling beter te volgen is. “Zeker als je het vergelijkt met de woordenvloed bij series uit landen als Spanje of Frankrijk. Daar vereist het lezen van de ondertitels meer aandacht.”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 39. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Maarten van der Meer

Al 35 jaar lief en leed

Goede tijden, slechte tijden’ draait al 35 jaar om lief en leed. Verhaallijnen over ziektes, geweld en andere hete hangijzers maken de serie herkenbaar, maar stellen de schrijvers ook voor uitdagingen.

Het leven in soapdorp Meerdijk is fictief, maar de makers van Goede tijden, slechte tijden laten zich wel degelijk inspireren door wat er in de echte wereld gebeurt. In de podcast Buiten beeld vertelden hoofdschrijver Pia Blanco en creatief producent Idse Grotenhuis over hun werkwijze. Grotenhuis: “We halen de verhalen altijd tot op zekere hoogte uit de realiteit of wat we op televisie en in films zien. Daar geven we dan een twist aan.”

Lang niet alles is geschikt voor GTST, zo merkt Blanco op. “We proberen weg te blijven bij écht zware dingen. In Goede tijden moeten we het niet gaan hebben over oorlogen of de wereldproblematiek. We hebben weleens een verhaal over milieubescherming gedaan, waarin Lucas (Ferry Doedens) zich vastketende aan een boom. Ik vond het prachtig, maar het publiek wilde het niet. Dat was meteen terug te zien in de kijkcijfers.”

Eigen sores vergeten

Mark den Blanken, mediajournalist bij het AD en soapkenner, snapt waarom: “Mensen die afstemmen op GTST zoeken ontspanning, anders hadden ze wel naar het achtuurjournaal gekeken. Soapkijkers willen in normale levens duiken waarin extreme dingen gebeuren, zodat ze hun eigen sores even kunnen vergeten. Juist om die reden was in serie ook niets te merken van de coronapandemie.”

Andere ziektes komen wel aan bod; door de jaren heen hebben meerdere personages ingrijpende diagnoses gekregen. Den Blanken ziet daar de meerwaarde van in. “GTST gaat over het normale leven, daarin krijgen mensen helaas ook te maken met ernstige ziektes en chronische aandoeningen. Je merkt ook dat het verloop een stuk realistischer is geworden: in een soap kan in principe alles, maar de tijd van medische wonderen is wel voorbij.”

Als voorbeeld noemt hij Laura, die vier jaar geleden de ziekte van Parkinson bleek te hebben en steeds een beetje verder aftakelt. “Maar ook Stefano, die twee seizoenen geleden een dwarslaesie opliep en sindsdien in een rolstoel zit. De serie vertelt die verhalen met zorg en zo realistisch mogelijk. Nola’s leukemiebehandeling was een van de hoogtepunten van het afgelopen seizoen.” De scène waarin haar ernstig zieke personage zich laat kaalscheren leverde actrice Noa Jacobus veel lof op.

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 39. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jef Willemsen

Wereldwijd scoren

Wie de Gouden Televizier-Ring wint, is verzekerd van een plekje in de televisiehistorie. Terwijl u kunt stemmen voor de zestigste (!) verkiezing, duikt kenner Bert van der Veer in de geschiedenis van het gala.

John de Mol rookte nog. In zijn kantoor zag het kort na middernacht helemaal blauw. De producent deed wat hij vaker deed: brainstormen met zijn creatiefste medewerkers. Het was tijd om op te stappen, de avond was niet productief geweest. Toch vielen er daarna ineens wat losse flodders op hun plaats. Expeditie Robinson, een bio-experiment in de VS, de opkomst van realitysoaps. De Mol had het format ineens te pakken: een groep onbekende mensen in een huis, 24 uur per dag gevolgd door camera’s. Big Brother moest het heten. Dat het programma nooit genomineerd werd voor de Gouden Televizier-Ring kon John de Mol niet schelen. Hem ging het om de formatrechten, dáár lag het echte geld.

Talentenjachten

Eerder, veel eerder zelfs, was 1 van de 8 (1972) van Mies Bouwman aan de BBC verkocht als The Generation Game en door Rudi Carrell als Am laufenden Band naar Duitsland gehaald. Klasgenoten, gepresenteerd door Koos Postema, had het ook aardig gedaan, maar met Westenwind (2000) of Spoorloos (2002) viel weinig te beginnen buiten de landsgrenzen. Wereldwijd scoren met een formule uit Laren leek een utopie, maar niet voor De Mol. Nadat Idols (genomineerd in 2003) aan het begin van de eeuw de talentenjacht weer op de kaart wist te zetten, werd de grote droom van John de Mol werkelijkheid. Zijn The Voice is uiteindelijk in meer dan 150 landen uitgezonden.

Bij de Gouden Televizier-Ring verkiezing was The voice of Holland wel meteen de laatste winnaar (2012) in het genre. Realityseries overwoekerden het landschap met Hart in aktie (2003), De Bauers (2004), Gewoon Jan Smit (2005) en Chateau Meiland (2019). Sinds 2000 bestaat 54 procent van de winnaars uit het genre reality/infotainment, gevolgd door amusement (31 procent) en drama
(15 procent).

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 39. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Beau van Erven Dorens: ‘Ik ben in de snoeppot gevallen’

Beau van Erven Dorens laat in zijn nieuwe programma’s twee kanten van zichzelf zien. Hij presenteert het indringende ‘Het Antoni van Leeuwenhoek – Over leven met kanker ‘en het luchtige ‘Casa di Beau’.

Waarom zei je ja tegen ‘Het Antoni van Leeuwenhoek – Over leven met kanker’?

“Het is van dezelfde productiemaatschappij waarmee ik Five days inside maakte. Dat was een fijne samenwerking. Zij maken ook de documentaireserie Het kinderziekenhuis. Allemaal programma’s waarvoor een goed moreel kompas nodig is; dat is aan hen wel toevertrouwd. In Het Antoni van Leeuwenhoek – Over leven met kanker spreek ik artsen, verpleegkundigen en patiënten. Iedereen is bezig met maar één ding, en dat is leven. Daarom vind ik die ondertitel ook zo goed.”

Hoe pakte je die gesprekken aan?

“Ik kan goed vragen stellen, maar uiteindelijk heb ik vooral veel geluisterd. Kanker heeft een enorme impact, er is het leven vóór en het leven ná die rotziekte. Ik ben een emotioneel, sentimenteel persoon, maar ik heb me kunnen inhouden. Maar goed ook: als ik dat toelaat, gaat het meer over mij dan over degene die het verhaal vertelt. En dat is juist niet de bedoeling.”

Kan je een gesprek noemen dat je is bijgebleven?

“Een patiënt moest aan haar borst worden geopereerd. Ze had er al een lang voortraject op zitten, heel wat rommel in haar lijf gekregen om de tumor te laten slinken. Vlak voor de operatie zaten we aan haar bed en hoewel ze al genoeg aan haar hoofd had, wilde ze graag haar verhaal vertellen, om andere mensen te informeren. Dat vond ik zo mooi. Ik zag in haar ogen dat ze klaar was voor de ingreep, maar dat ze tegelijkertijd ook bang was. Haar man zat in de stoel naast me en deelde die angst en die hoop. Na het gesprek werd ze opgehaald om naar de inslaapkamer te gaan. Voordat ze door de deur ging, gaf ze haar man een zoen en stelde ze hém gerust, terwijl zij degene was die onder het mes zou gaan. Hij stond ontredderd bij die gesloten deuren en wij stonden erbij. Dat was heel indrukwekkend.”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 38. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jeroen Keijzer

Het dak eraf

Wie de Gouden Televizier-Ring wint, is verzekerd van een plekje in de televisiehistorie. Terwijl u kunt stemmen voor de zestigste (!) verkiezing, duikt kenner Bert van der Veer in de geschiedenis van het gala.

Aan het einde van de jaren zeventig had de AVRO het hele abonnementsbestand van Televizier overgenomen. Dat leverde een relaxte, grote A-omroep op. Met één coryfee: Willem Duys. Bij de Gouden Televizier-Ring verkiezing greep hij echter telkens mis. In 1964, 1966, 1971 en 1972 was hij genomineerd, maar won hij niet. Het leek haast op een noodgreep in 1974: Duys kreeg een speciaal in het leven geroepen oeuvreprijs. De eerste Gouden Televizier Oeuvre-Ring werd daarna nog slechts vier keer uitgereikt, allemaal in de nieuwe eeuw: Mies Bouwman (2009), Linda de Mol (2015), Ivo Niehe (2020) en André van Duin (2024).

Zitvlees

Opvallend was dat Willem Duys drie keer op de hielen werd gezeten door De Ombudsman (1971, 1972, 1973). Het was duidelijk dat de kijker behoefte had aan wat later hulptelevisie zou gaan heten. Waar Duys vaak voor niets naar de uitreiking kwam, was er één ster die nooit tevergeefs de rug rechtte op de Gala-avond: acteur Piet Römer won met Stiefbeen en zoon (1964), ’t Schaep met de 5 pooten (1970) en Baantjer (1997). De soapsterren van Goede tijden, slechte tijden hadden wel het zitvlees van Duys nodig. Maar liefst vier keer ging de cast naar het Gala om met lege handen huiswaarts te keren. Toen het in 1995 dan toch lukte, ging het dak eraf. Welk dak? De favoriete locatie was Koninklijk Theater Carré, maar een enkele keer werd uitgeweken naar Tuschinski, de AFAS Live en het Muziekgebouw aan het IJ. Ook de presentatie wijzigde nog regelmatig. Die viel pas helemaal op zijn plaats toen Peter Pannekoek naast Jan Smit in 2023 en 2024 voor exact de juiste toon koos. Echte grote rellen waren zeldzaam, hoogstens af en toe een opmerking. Met op één: Chantal Janzen. Nadat sporter Fatima Moreira de Melo zich aan een lied had gewaagd, zei Chantal in de afkondiging: “Wat kan die meid hockeyen, he?” Niet aardig, wel leuk.

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 38. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Soundos: het ideale jurylid

Soundos El Ahmadi is het nieuwe gezicht in het huidige seizoen van ‘Holland’s Got Talent’. Als jurylid doet de kleurrijke Amsterdamse van zich spreken. Wat maakt haar zo geschikt voor deze klus?

1. Ze zegt waar het op staat

Een jurylid kan geen blad voor de mond nemen en dat komt goed uit, want Soundos El Ahmadi is lekker direct. Dit kwam al naar voren toen ze meedeed aan Wie is de Mol? (in 2011) en Expeditie Robinson (2017). De kijkers moesten in het begin aan haar wennen; Ze zou te fanatiek zijn en een te grote mond hebben. Maar gaandeweg kreeg Soundos er steeds meer fans bij.

2. Ze heeft gevoel voor humor

Haar grappen haalden de angel uit de pesterijen op school en vulden de leegte van een afwezige vader, vertelde Soundos in het radioprogramma Nooit meer slapen. Ze heeft er haar beroep van gemaakt. In haar succesvolle shows stelt ze met een knipoog pijnpunten aan de kaak. Zoals een waargebeurde dialoog met een Twentse theaterdirecteur. Hij, met vet accent: “Wat spreek je goed Nederlands.” Pas na vier keer herhalen verstaat zij hem. Haar antwoord: “Ik wel, ja.”

3. Ze durft een gok te wagen

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” De uitspraak wordt toegeschreven aan Pippi Langkous, maar had net zo goed van Soundos kunnen zijn. Zij vond dat er te weinig realistische komedies met Marokkaans-Nederlandse vrouwen waren, dus verzon ze er zelf een: Meskina (2021). “Een film met vrouwen die op mij lijken”, vertelde ze in de Volkskrant. “Zonder dat ze jihadist zijn of de hele tijd in elkaar worden geslagen.”

4. Ze is van alle markten thuis

Soundos is verrassend veelzijdig. Als actrice bijvoorbeeld, speelt ze net zo makkelijk een rechercheur in All stars & zonen, die langs de lijn haar voetballende zoon aanmoedigt, als een vlot gebekte uroloog in Meskina, die haar zus aan de man wil helpen. Vanwege deze laatste rol noemde de NRC haar ‘een openbaring’. ‘Soundos is een geweldige komische actrice, die het maximale weet te halen uit elke oneliner en situatie’.

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 38. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jeroen Keijzer.

Linda de Mol: ‘In ’t Gooi maak ik bizarre dingen mee’

Linda de Mol is te zien in het lopende seizoen van ‘Briljante breinen’ en in een nieuw seizoen van ‘Miljoenenjacht’. Op welke manier heeft zij in haar programma’s een vinger in de pap?

Hoe ben je op het idee voor ‘Briljante breinen’ gekomen?

“Op Netflix kwam de Koreaanse show Physical: 100 langs, waarin heel fitte mensen de strijd met elkaar aangaan. Ik vond het fascinerend om te zien waartoe het lichaam in staat is. Toen dacht ik: het brein is natuurlijk ook tot grootse dingen in staat. Ik ging nadenken over een programma waarin de deelnemers extreem intelligent zijn, die zie je namelijk niet zoveel op televisie. Ik ben naar mijn broer John gegaan en die zag dit wel zitten. Vervolgens ben ik met de creatievelingen bij Talpa de spelvormen gaan bedenken.”

Is het verzinnen van een dramaserie een ander proces dan van een spelshow?

“Het is een andere tak van sport, maar het komt wel op hetzelfde neer: hoe ga ik dit leuke idee verder uitwerken? Divorce kwam voort uit mijn scheiding. Wildvreemde mensen kwamen plots hun scheidingsverhalen vertellen, ‘want ik begreep dit nu’. Ik hoorde zoveel anekdotes over exen, kinderen en aanverwante drama’s dat ik besefte: dit is gewoon een serie. Bij De familie Kruys haalde ik inspiratie bij mijn styliste. Zij werd verliefd op haar aannemer, dus daar kwamen twee totaal verschillende werelden bij elkaar.”

En ‘Gooische vrouwen’?

“Ik maak in het Gooi soms bizarre dingen mee. In een boetiek hoorde ik een klant ooit zeggen dat ze een peperdure blouse wel mooi vond, maar te klein. De verkoopster stelde voor dat de vrouw twéé blouses zou kopen, dan kon zij een baan uit de rug van de ene halen en in de andere naaien zodat deze zou passen. Ik dacht: deze vrouw gaat nu twee heel dure blouses kopen, omdat ze haar maat niet hebben. Dat is best idioot, toch?”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 37. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jeroen Keijzer.

Glitter en glamour

Wie de Gouden Televizier-Ring wint, is verzekerd van een plekje in de televisiehistorie. Terwijl u kunt stemmen voor de zestigste (!) verkiezing, duikt kenner Bert van der Veer in de geschiedenis van het gala.

Zaterdagavondamusement was groot in de begintijd van de televisie. Eind jaren tachtig werd het genre nieuw leven ingeblazen en dat is te danken aan twee mannen: John de Mol en Joop van den Ende. Behalve bekwame makers van entertainment waren de twee producenten ook niet te beroerd om aanvullende gelden te regelen, via een loterij of bedrijven. De grote shows waren terug, groter dan ooit.

De TROS bestelde in Aalsmeer De Honeymoonkwis (geen Ring), de AVRO maakte Wedden dat …? (winnaar in 1986) en Henny Huisman wist voor de KRO maar liefst twee Gouden Televizier-Ringen binnen te halen, met de Playbackshow (1985) en de Surpriseshow (1988). Allemaal van Van den Ende. Iets later won John de Mol dan weer met All you need is love (1993) voor Veronica.

Creativiteit

De opleving van de zaterdagavondshow en de opkomst van de commerciële zenders zorgden voor veel creativiteit in Hilversum. Zestien jaar na haar grootste hit 1 van de 8 kwam Mies Bouwman met In de hoofdrol (winnaar 1987). De KRO bracht Ook dat nog (1990), voor de NCRV kwam Villa Felderhof (1998) van de grond en de VARA had veel plezier van Kopspijkers (2002).

De rivaliteit tussen De Mol en Van den Ende was groot, maar ze vonden allebei dat de Gouden Televizier-Ring verkiezing wel wat meer allure verdiende dan een uitreiking in een vergaderzaaltje in Hotel Okura. De eerste keer dat de glamour toesloeg was in 1989. In de studio van John de Mol, met een winnaar van –  toevallig – De Mol: Doet ie ’t of doet ie ’t niet. Alle spotlights op het grote amusement pakte voor één genre slecht uit. De comedyseries bliezen in de jaren negentig de laatste adem uit in de verkiezingsstrijd. In 1991 ging de Ring naar Vrienden voor het leven, Oppassen werd geëerd in 1996 en de laatste winnende sitcom was Toen was geluk heel gewoon (1999).

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 37. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Medailles lonken voor Oranje

Ook op deze wereldkampioenschappen atletiek heeft Nederland weer volop medaillekansen. Natuurlijk met Femke Bol, maar in haar schaduw schurken meer landgenoten tegen de wereldtop aan. Op wie te letten in Japan?

Jarenlang was Nederland een klein atletiekland. Daar is inmiddels verandering in gekomen. Alleen al dit decennium verdiende TeamNL meer medailles dan in de hele vorige eeuw. Dat is mede te danken aan langeafstandsloper Sifan Hassan en sprinter Femke Bol, die inmiddels een goed gevulde prijzenkast hebben. Hassan slaat dit toernooi in Tokio over, maar Bol is er wel bij, in ieder geval op de 400 meter horden. En natuurlijk loopt ze mee in de 4×400 meter estafette, waarop Nederland olympische kampioen is. De finale van dit onderdeel is meteen zaterdagmiddag.

Atletiekliefhebbers met een oranje hart komen dit toernooi sowieso goed aan hun trekken. Er doen ruim vijftig Nederlandse atleten mee, en daar zitten ook wereldtoppers tussen. Hoofdcoach Laurent Meuwly was tijdens de teampresentatie optimistisch over de medaillekansen van zijn ploeg: “Ik denk dat het realistisch is dat we minimaal vier medailles halen en dat we in de top acht van de medaillespiegel eindigen.”

Vrouwen

Zoals wel vaker in de Nederlandse sport, moet het dan vooral van de vrouwen komen. Hordeloopster Nadine Visser is dit seizoen in bloedvorm, Jessica Schilder is al jaren sterk met de kogel. De laatste individuele WK-medaille van een man stamt uit 2013, toen verspringer Ignisious Gaisah zilver greep. Ook in Tokio zijn de Nederlandse mannen geen topfavorieten, al worden kenners en fans steeds nieuwsgieriger naar Niels Laros. De specialist op de middellange afstand is pas 20 jaar en behoort nu al tot de wereldtop. Op de Olympische Spelen van vorig jaar werd hij zesde op de 1500 meter, dit seizoen won hij drie Diamond League-ontmoetingen op die afstand. Wie dat presteert in de Champions League van de atletiek, kan in Japan zomaar wereldkampioen worden.

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 37. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Richard Roosenboom

Wat een drama

Wie de Gouden Televizier-Ring wint, is verzekerd van een plekje in de televisiehistorie. Terwijl u kunt stemmen voor de zestigste (!) verkiezing, duikt kenner Bert van der Veer in de geschiedenis van het gala.

Drama op televisie was lange tijd een toneelstuk vastgelegd door camera’s. Eenmalig, de ‘single play’. Daar was zelfs een vaste avond voor, op de donderdag. Maar toen was daar De kleine waarheid (winnaar van de Gouden Televizier-Ring in 1971). De serie was een megahit, mede dankzij hoofdrolspeelster Willeke Alberti. Zij zou verkozen zijn boven Pleuni Touw, op aandringen van klassiek zangeres Caroline Kaart, de echtgenote van regisseur Willy van Hemert. Pleuni Touw zou later haar revanche halen met De stille kracht (met daarin een fameuze naaktscène).

Tijd voor de soap

De volgende successerie van Van Hemert was Dagboek van een herdershond (winnaar in 1978). Aan het begin van de jaren 80 floreerde het drama tijdens de Gouden Televizier-Ring gala’s: De fabriek (1981), Mensen zoals jij en ik (1982) en De weg (1983). Voor de omroepen waren het wel dure producties en dat was niet vol te houden. Het moest goedkoper en met meer afleveringen. De toon werd gezet door Medisch Centrum West (1992). Commercieel bleek drama interessant. Zo ging de felbegeerde publieksprijs in 1994 naar Vrouwenvleugel en in 2000 naar Westenwind. De belangrijkste bijdrage aan het vaderlands serieaanbod moest vijf jaar op een onderscheiding wachten. In 1995 was het raak voor Goede tijden slechte tijden. De soap, naar goed voorbeeld uit Australië, was de ambitie van producent Joop van den Ende, die daarmee de eerste in Europa maakte. In zijn beginjaren werkte Van den Ende veel samen met Willy van Hemert. Hij voelde zich dan ook verplicht de éminence grise een kans te geven voor de regie, tot hij besefte dat de last van een dagelijkse soap toch iets te zwaar was voor een man van 78 jaar oud.

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 36. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.
Back to top