Bas Muijs: ‘Deze cliffhanger is pas het begin’

Bas Muijs speelt als Stefano Sanders een sleutelrol in de zomercliffhanger van ‘GTST’. Zijn personage leefde dit seizoen tussen hoop en vrees, maar in de ontknoping is hij niet langer lijdend voorwerp.

Wat maakt deze zomercliff zo speciaal?

“In de zeventien seizoenen waarin ik te zien ben geweest, heb ik nog niet eerder meegemaakt dat een cliffhanger doelbewust met zo’n lange aanloop werd opgebouwd. Alle ellende die de afgelopen maanden op de familie Sanders is afgekomen blijkt veroorzaakt door een en dezelfde persoon. De boosdoener is een oude bekende die heel dicht bij hen staat en een rekening wil vereffenen.”

Wat mag je al prijsgeven?

“Vele losse eindjes en onverklaarbare zaken blijken toch met elkaar te maken te hebben. Die verhaallijn beleeft zijn apotheose op een kasteel waar een hele explosieve sfeer ontstaat. De impact gaan we nog maanden in de serie voelen. Het vormt een springplank voor verhaallijnen na de zomer waarin nog meer oude gezichten terugkeren. Dit is pas het begin.”

Wat wordt Stefano’s rol in de zomercliff?

“Hij heeft een absolute hoofdrol. Stefano is de laatste maanden gigantisch door de mangel gehaald. Als hij ontdekt hoe hij gemanipuleerd en belazerd is, komt er een enorme woede in hem los en neemt hij het heft in eigen handen. Kijkers hebben hem lang niet zo gezien: sinds hij twee jaar geleden in een rolstoel belandde, is zijn rol toch vaak afwachtend en lijdend. Nu neemt hij het voortouw en de dingen die hij gaat doen hebben grote gevolgen voor hem en de hele familie.”

Het hele interview leest u in de Televizier van week 26. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jef Willemsen

Youp van ’t Hek: ‘Ik kijk met een grote lach terug’

Vorig jaar nam Youp van ’t Hek definitief afscheid van het podium. De documentaire ‘Youp – Leven na het spelen’ volgt hem in zijn laatste weken als cabaretier. ‘Het podium mis ik niet, wel de sfeer

Leven na het spelen is een portret van de mens achter de grappen. Femke van der Laan interviewt Youp van ’t Hek en tussendoor komen fragmenten uit eerdere shows voorbij, plus een blik achter de schermen van zijn laatste voorstellingen. “Het is geen ode aan mij”, aldus Youp. “Het is een lang gesprek met mij, nadat ik na vijftig jaar stopte als cabaretier. Herman van Veen en Freek de Jonge willen doorgaan tot hun 141e en dat is hun goed recht, maar ik wilde er een streep onder zetten voordat ik gedoe met mijn lijf zou krijgen. Ik dacht: zes weken Carré, diepe buiging en punt.”

Aanmodderen

Zijn carrière begon in de jaren 70. Eerst met cabaretgroep Nar, later solo. “Het begin was aanmodderen, ik was blij met elk hapje publiek. In 1984 brak ik door met dat stukje ‘Lenen, lenen, betalen, betalen’, en daarna stond ik louter voor uitverkochte zalen. Sprak hij arrogant! Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten, maar het had ook anders kunnen lopen. Vrienden zeiden: ‘Youp, je kunt schrijven, dus als dit niks wordt, ga je gewoon de reclame in.’ Maar dat wilde ik niet, ik wilde cabaretier worden en had geen plan B. Dus ik heb geen idee wat ik had gedaan als het niet was gelukt.”

Hij stond zowat in alle zalen van Nederland. “Veertig keer in Venlo, vijftig keer in Eindhoven, twintig keer in Middelburg en ook nog ver in België. Ik merkte nooit dat het publiek in de ene plaats lastiger te bespelen is dan in de andere. Als cabaretiers iets anders beweren, ligt dat aan henzelf. Je bent grappig of niet en als je het moeilijk hebt in Hengelo, heb je het ook moeilijk in Middelburg. Ik had zelden vervelende mensen in de zaal. Soms stond er weleens een man op die begon te schreeuwen, maar dan zei zijn vrouw: ‘Henk, ga zitten!’ en dan wist ik: er is meer aan de hand, Henk doet dit vaker.”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 25. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Wilma Groot

Stop de tijd: het succes van de quiz

‘Per seconde wijzer’ begint aan zijn 63e seizoen. Wat is het geheim van een goede kennisquiz? Tv-kenner Bert van der Veer laat zijn licht schijnen over het genre.

Het was het jaar van de eerste kleurentelevisie-uitzending in Nederland en het jaar waarin de laatste stoomlocomotief verdween van het Belgische spoor. Maar 1967 was ook het jaar van de allereerste uitzending van Per seconde wijzer, de langstlopende kennisquiz in Nederland. Destijds met Berend Boudewijn als presentator, later gevolgd door Kees Driehuis en nu alweer zeven jaar met Erik Dijkstra. Voor de populariteit van het programma maakt het weinig uit wie de vragen stelt. Tv-kenner Bert van der Veer: “De presentator is bij een quiz niet zo van belang. Die moet vooral niet nadrukkelijk aanwezig zijn. Hij of zij is de vriendelijke reisgids die geen lawaai maakt voor zichzelf, maar ondersteunend is aan het programma. En meeleeft met de kandidaten, dat is ook belangrijk.” Hoewel Per seconde wijzer al 58 jaar bestaat, was het zeker niet de eerste quiz in de Nederlandse televisiegeschiedenis. Zo was er in 1953 al Mastklimmen. De kandidaten mochten met elk goed antwoord een stuk in een mast klimmen. Bovenaan lag een gerookte ham en de laatste vraag was dus ‘de hamvraag’. Die uitdrukking kwam daarna zelfs in het woordenboek van Van Dale terecht.

1000 gulden

Bert van der Veer herinnert zich ook nog Theo Eerdmans die diverse quizzen presenteerde. Bijvoorbeeld Je neemt er wat van mee (1958-1963), waarin de winnaar duizend gulden kreeg, maar een cent teruggaf. Een truc om kansspelbelasting te voorkomen. En Tel uit je winst met dezelfde presentator. “Dat was een quiz waarin de kandidaat heel veel wist over een specifiek onderwerp. Voetbalclub Arsenal bijvoorbeeld of kruisridders.” Zulk soort quizzen over een heel beperkt kennisgebied waren er volop. Maar de kans dat de kijker thuis meer wist van dat thema was klein. Terwijl dat juist een van de geheimen van het huidige succes is van Per seconde wijzer, 2 voor 12, Weekend miljonairs of De slimste mens. Van der Veer: “Je leeft als bankzitter mee met de kandidaten. Maar het is nog leuker als je beter en slimmer kunt zijn. Dat verklaart het succes van zulke quizshows die niet op een specialiteit verricht zijn, maar algemene kennis vereisen.”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 25. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.


Tekst: Maarten van der Meer

Een zomer vol werk

Journalist en presentator Lisette Wellens is deze periode extra vaak te zien in ‘Goedemorgen Nederland’. Dat komt goed uit, want na de zomer heeft ze een heel ander soort klus te pakken.

Hoe ziet jouw zomer eruit?

“Die wordt dit jaar een beetje anders dan anders. Omdat mijn collega’s Welmoed Sijtsma en Sam Hagens het nieuwe programma Goedenavond Nederland presenteren nemen Frank van Leeuwen en ik tot eind juni hun ochtenden van Goedemorgen Nederland over. Dat houdt in dat ik vier keer per week presenteer in plaats van twee keer. Het begin van de zomer staat dus vooral in het teken van werk, en daarna gaan mijn vriend en ik aan de slag met de voorbereiding op onze verhuizing. We krijgen op 1 september de sleutel.”

Zijn jullie handig qua klussen?

“Niet echt. We zullen het dan ook voornamelijk bij kleine karweitjes houden die we makkelijk zelf kunnen doen; de grote klussen besteden we uit. En daarnaast gaan we inpakken voor de verhuizing en een selectie maken van wat wel en niet meegaat, want met kinderen heb je al gauw een hele verzameling spullen. Tussendoor gaan we eropuit met het gezin: naar de Efteling, naar het openluchtzwembad, dat soort dingen. Maar een grote reis, zoals vorig jaar naar Thailand, doen we niet. Wel ga ik deze zomer een weekje naar Toscane voor een schrijfretraite, want ik werk aan een boek.”

Wat geeft jou het gevoel van zomer?

“Wanneer ik merk dat het weer vroeg licht wordt. Als ik naar de studio rijd voor Goedemorgen Nederland ga ik rond vijf uur ’s morgens weg. Een groot deel van het jaar rijd ik in het donker, maar er komt altijd een moment dat het licht wordt als ik net in de auto ben gestapt. Dan weet ik: yes, de zomer staat weer voor de deur! En verder betekent het zomergevoel voor mij vooral: veel genieten van de zon.”

Het hele interview leest u in de Televizier van week 25. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jef Willemsen

Familiebedrijf neemt de verkeerde afslag

In een kustplaatsje in North Carolina maakt de familie Buckley al generaties lang de dienst uit. Omdat de inkomsten uit de visserij en het restaurant teruglopen, besluit pater familias Harlan Buckley een andere geldbron aan te boren: de smokkel van drugs. Vanaf dat moment is er geen weg meer terug. De nieuwe thrillerserie The waterfront werd bedacht door Kevin Williamson, die ook aan de wieg stond van successeries als Dawson’s Creek en The vampire diaries. Holt McCallany en Maria Bello spelen de Buckleys, Topher Grace heeft een schurkenrol als de onbetrouwbare drugsdealer Grady. Vanaf 19 juni op Netflix.

Meer als dit leest u in de Televizier van week 24. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Afscheid van Vera

Na een lange carrière als hoofdinspecteur Vera Stanhope neemt actrice Brenda Blethyn haar vissershoed en kaplaarzen definitief aan de wilgen. Hoe blikken zij en bedenker Ann Cleevesterug op al die jaren ‘Vera’?

Helemaal onverwacht komt het afscheid van de Noord-Engelse misdaadserie Vera niet. Hoofdrolspeelster Brenda Blethyn werd in februari 79, al zie je dit niet aan haar af. Maar na al die jaren is het mooi geweest. De actrice wil meer tijd met haar familie doorbrengen, en merkte dat ze al veertien zomers niet thuis in Zuid-Engeland was geweest. Het was geen gemakkelijke beslissing, vertelt ze in Londen in gezelschap van Vera-bedenkster Ann Cleeves. “Er zijn ook zóveel mooie en dierbare herinneringen. We hadden het geluk dat er zo’n hechte band op de set was. Het enthousiasme, de professionaliteit en de kwaliteit waren altijd top, maar het was vooral de sfeer die het verschil maakte. Werken in zo’n omgeving, waar iedereen zijn steentje bijdraagt en je met plezier elke dag naartoe gaat, is echt bijzonder.”

“Ik kwam zelf niet zo vaak op de set”, haakt Cleeves in. “Maar als ik er dan was voelde ik zeker die warmte. Ik herinner me dat Jeff, de rekwisietenman, ooit tegen me zei: ‘Wat je je moet realiseren, is het volgende: deze set is één grote familie’. Hij knikte naar Brenda en zei: ‘En zij daar is de matriarch.’” Blethyn begint te lachen. “Ach…”, zegt ze vertederd.

Rustiger aan?

Had de actrice ooit kunnen bedenken dat de serie veertien jaar lang zo’n belangrijk onderdeel van haar leven zou worden? “Absoluut niet. En dan te bedenken dat ik voordat Vera op mijn pad kwam nog overwoog het rustiger aan te doen”, antwoordt ze. “Ik was net 64 toen ze in mijn schoot landde. En ik dacht: wie weet kan ik Jane Tennison opvolgen nu Prime suspect is gestopt? Ik rende naar de boekhandel voor het eerste Vera-boek, The crow trap. Maar halverwege dat boek was ze nog steeds niet opgedoken. En ik maar denken: mijn agent zei toch dat het om een belangrijk hoofdpersonage zou gaan? Uiteindelijk verscheen er een grote onverzorgde vrouw in een deuropening, bijna een zwerfster. Vera Stanhope!” Lachend: “Wilde iemand me soms iets vertellen?”

Blethyn vertelt dat ze bleef doorlezen en meteen weg was van het personage, haar humeurige karakter, haar professionaliteit. Ze wist nog niet of ze de rol ook echt zou krijgen, maar hoopte vurig van wel. Cleeves: “Ik wist dat Peter Fincham, destijds hoofd van ITV, wanhopig op zoek was naar een project voor Brenda. Ze was toen echt overal te zien en een grote naam in het vak. Ze hoopten vurig dat Brenda ja zou zeggen.” “Echt?”, reageert Blethyn oprecht verbaasd. “Dat wist ik helemaal niet. O, wat leuk, wacht tot ik het mijn man Michael vertel!”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 23. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Patrick Bremmers.

William Rutten: ‘Een dagje Bergen voelt als vakantie’

Fotograaf William Rutten, bekend van ‘Het perfecte plaatje op reis’, is de laatste tijd zo vaak op tv dat hij wel een vakantie kan gebruiken. Voor iemand die vaak naar het buitenland gaat voor zijn werk, blijft hij het liefst verrassend dicht bij huis.

Hoe ziet jouw zomer eruit?

“Het wordt een echte werkzomer, mijn agenda zit helemaal vol. We zijn bezig met een nieuw seizoen van Het perfecte plaatje, daarnaast schuif ik regelmatig aan bij Shownieuws en verder ben ik ontzettend druk met fotoshoots voor nieuwe programma’s die dit najaar op tv komen.”

Is er tussen jouw drukke werkzaamheden door nog wel tijd voor ontspanning?

“Jazeker. Deze zomer zullen we er, als het mooi weer is, op uit trekken in eigen land. We gaan ook dagjes weg met de kinderen, we willen sowieso naar de Efteling. Nederland is prachtig, dat realiseer ik me steeds vaker als ik thuiskom na een lange reis. Je moet natuurlijk geluk hebben met het weer, maar verder hebben we hier toch alles: er zijn leuke dingen voor kinderen, er is ook genoeg leuks voor volwassenen, en we hebben prachtige stranden; waarom zou je dan ver weg gaan? Bovendien is reizen naar het buitenland vaak een heel gedoe, je moet van alles regelen en het geeft veel stress: stress als je vertrekt en stress als je weer terugreist. Van die drukte op Schiphol houd ik al helemaal niet, en als je in zo’n resort in het buitenland bent moet je in de rij gaan staan voor je eten; dan vier ik liever vakantie in eigen land. Daarnaast zijn we vorig jaar verhuisd, dus in en om het huis is er ook nog van alles te doen. We hebben nu voor het eerst een tuin en dat brengt ook veel werk met zich mee.”

Waar ben jij zomers altijd wel te vinden?

“In Noordwijk. En in Bergen, ik ben een groot fan van Bergen. Het heeft een prachtig strand, leuke horeca, aardige bewoners en je kunt er eindeloos door de duinen fietsen. De kinderen vinden het ook geweldig. Het is voor mij maar een uurtje rijden, maar als ik er ben waan ik mij altijd in het buitenland. Als we een dagje naar Bergen zijn geweest voelt het alsof ik een weekend vakantie heb gehad.”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 24. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Wilma Groot

Puzzelfanaat wordt rechercheur

In de Britse, tragikomische BBC-detectiveserie ‘Ludwig’ neemt een teruggetrokken puzzelliefhebber de identiteit aan van zijn vermiste tweelingbroer, een rechercheur bij de politie van Cambridge.


De sociaal onhandige einzelgänger John Taylor (David Mitchell) vult zijn dagen met het oplossen en bedenken van puzzels; hij publiceert puzzelboeken onder het pseudoniem ‘Ludwig’ omdat hij graag naar muziek van Ludwig van Beethoven luistert.

Op een dag wordt zijn bestaan ruw onderbroken door een telefoontje van Lucy (Anna Maxwell Martin), de vrouw van zijn tweelingbroer James. Zij vertelt hem dat James plotseling spoorloos is verdwenen. Hij had een ontslagbrief klaarliggen om zijn werk als rechercheur bij de politie van Cambridge op te zeggen. Ze vermoedt dat James in gevaar is en dat het iets met zijn werk te maken heeft. Ze wil dat John zijn plek inneemt bij het politiekorps, om erachter te komen wat er aan de hand is.

Na enig aandringen gaat John akkoord. Gewapend met instructies van zijn schoonzuster, die hem meer vertelt over zijn nieuwe collega’s, stapt hij het politiebureau binnen. Het lijkt niemand op te vallen dat hij James niet is en voor hij het zelf weet, moet hij diezelfde dag al aan de bak om de dader van een moord te vinden. Dat lukt hem nog ook. Niet met behulp van moderne technologie, want daar moet hij niets van hebben, maar wel met zijn onnavolgbare talent om lastige puzzels op te lossen. Zijn analytische blik doet de andere speurneuzen fronzen van verbazing en is regelmatig reden voor komische situaties.

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 23. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Wilma Groot

Marly van der Velden: ‘Twintig jaar GTST is echt om gevlogen’

Marly van der Velden speelt al twintig jaar Nina in ‘GTST’, maar laat zich van een andere kant zien op de knikkerbanen van ‘Marble mania’. Haar tegenstanders? Soapcollega’s Bas Muijs en Ferri Somogyi.

Twintig jaar Nina

Marly was zeventien jaar toen ze in juni 2005 voor het eerst op de set stond als Nina Sanders. Precies twintig jaar is haar personage een kernwaarde van de serie die op 1 oktober 35 jaar bestaat. Nina begon als opstandige puber en is inmiddels zelf moeder van rebelse tieners. In een interview gaf Marly toe soms amper te beseffen dat ze al meer dan haar halve leven iemand anders speelt: “Als je dat zo zegt, klinkt het echt als een lange tijd. Voor mijn gevoel is het juist omgevlogen. Zowel voor als achter de schermen is er zoveel variatie qua verhaallijnen en acteurs die komen en gaan dat het nooit verveelt.”

Aan tafel

De opnames van GTST verlopen volgens een strak schema, daardoor is er vaak weinig tijd voor de acteurs om elkaar echt te leren kennen. Om die reden duikt Marly na de zomer op in het nieuwe RTL 5-programma Kom je bij me eten? Vips. Ze krijgt castleden Hassan Slaby, Ferri Somogyi, Johnny Kraaijkamp, Bas Muijs en Noa Jacobus over de vloer om een vorkje mee te prikken. Ze komen niet alleen gezellig tafelen: alle gerechten worden kritisch beoordeeld.

Een gezin buiten beeld

Marly heeft gelukkig ervaring met koken voor grotere gezelschappen. Ze is sinds 2009 gelukkig met haar partner Mike Meijer en samen hebben ze inmiddels drie kinderen: dochters Sammy-Rose (10), Jackie-Rey (8) en zoon Jimi-Jones (3). Haar zwangerschappen werden moeiteloos in GTST verwerkt, al gaf Marly toe zich toch bezwaard te voelen: “Volgens mij hebben veel vrouwen dat op hun werk omdat het toch voelt alsof je je collega’s opzadelt met een probleem. Maar iedereen pikte het positief op.”

Het hele artikel leest u in de Televizier van week 23. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jef Willemsen

In één keer klaar, maar driemaal zo duur

Kleine meisjes worden groot. Kevin en Nicole uit ‘Meer dan verwacht’ krijgen hierdoor ook weer meer tijd voor elkaar.

Vorig jaar volgden een miljoen kijkers de dagelijkse beslommeringen van drielingouders in Meer dan verwacht. Deze zomer pakken de makers de draad weer op en geven ook Kevin, Nicole en hun drieling Mae, Ivy en Nova weer een nieuw kijkje in hun leven. “De belangstelling is nu wat weggeëbd, maar we kregen enorm veel reacties”, vertelt Nicole over het eerste seizoen. “We werden vaak herkend, daardoor duurde een bezoekje aan de supermarkt bijvoorbeeld een stuk langer. De mensen reageerden heel positief, maar waar we aan moesten wennen waren de reacties op sociale media. Tussen de duizend aardige opmerkingen zit ook weleens een onaardige, en je bent geneigd juist die te onthouden. Maar we probeerden ons toch vooral te focussen op de positieve commentaren.”

Andere klas

De laatste aflevering van het vorige seizoen volgde de drieling tijdens hun eerste schooldag. Nicole: “Ze gaan inmiddels naar een andere school. Nova en Mae zitten nog bij elkaar in de klas, maar Ivy wilde dat niet meer. Die zei: ‘Ik wil mijn eigen vriendinnetjes maken.’ Ze zoeken elkaar op school wel veel op, bijvoorbeeld als ze iets hebben gemaakt of als er iets bijzonders in de klas is gebeurd, dan willen ze dat toch graag aan elkaar vertellen.” Kevin: “Ze zijn nu bijna zes en we merken steeds meer dat het drie totaal verschillende karakters zijn. Mae, de oudste, is een beetje het moedertje van de drie en ze kan een beetje verlegen zijn. Ivy, de middelste, is juist heel bijdehand en Nova, de jongste, is een grote stuiterbal, die kletst tegen iedereen en is nergens bang voor. Onderling kan het wel eens botsen, maar dat hoort erbij.”

Steeds makkelijker

“Naarmate ze ouder worden, krijgen we er steeds meer voor terug”, zegt Nicole. “En het wordt allemaal ook wat makkelijker. Als we met ze op stap gaan, hoeven we bijvoorbeeld geen autostoeltjes, luiertassen, enzovoorts meer mee te slepen. Ook durven we het nu sinds kort aan om de meiden bij een oppas achter te laten. Voorheen schakelden we daarvoor alleen onze ouders in, we vonden het moeilijk om ze aan een onbekende toe te vertrouwen.” Kevin vult aan: “Het geeft ons wat meer ruimte, we kunnen weer wat meer tijd gaan vrijmaken voor elkaar. Op de avond dat de oppas er is, gaan wij samen sporten.”

Het hele interview leest u in de Televizier van week 23. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Wilma Groot.

Back to top