Minder concurrentie uit Oost-Europa op Eurovisie Songfestival

Aan het Eurovisie Songfestival 2014 doen minder landen uit het voormalige Oostblok mee, vanwege de kosten. Afgelopen week zegden ook Servië en Bulgarije af voor het muziekfestijn, dat ditmaal in Kopenhagen wordt gehouden.

De nationale omroepen van de Oost-Europese landen Bulgarije en Servië verkeren in financieel zwaar weer en kunnen zodoende de deelnamekosten aan het Eurovisie Songfestival niet betalen. Om die reden zijn ook al Kroatië, Cyprus en hoogstwaarschijnlijk ook Polen afgehaakt. De Griekse staatsomroep, die eerder dit jaar nog op zwart ging vanwege de bezuinigingen, heeft vooralsnog uitstel gekregen.

Half december

Alle Europese landen krijgen, zoals gewoonlijk, tot half december de tijd om aan te geven of ze willen meedoen aan het Eurovisie Songfestival. De lijst met landen die dit jaar verstek laten gaan, kan dus nog oplopen. Naast Polen heeft namelijk ook Slovenië nog niet laten weten of het dit jaar deelneemt aan het liedjesfestijn.

Portugal

De crisis heeft er al eerder toe geleid dat sommige Europese landen verstek lieten gaan op het het Eurovisie Songfestival. Vorig jaar deden Portugal en Bosnië-Herzigovina niet om wegens financiële redenen. Die zijn in mei Kopenhagen overigens wél van de partij.

Minder concurrentie

Hoe dan ook, de kans dat Nederland dit jaar wederom doordringt tot de finale, is daarmee gegroeid. Vorig jaar had Anouk in de halve finale concurrentie van maar liefst tien Oost-Europese landen - en dat op een deelnemersveld van zestien (waaronder dus Nederland). Met twee tot vier minder landen uit het voormalige Oostblok is het evenwicht weer een beetje hersteld.

Reageren