Column | Gehaktdag (update)

Of ik Prem Radhakishun wilde roosteren voor het AVRO-programma Gehaktdag. U weet inmiddels wat voor negatieve piskijker ik kan zijn, dus ik zei gelijk: "Jaaah, jottum!" Update: deze aflevering is vrijdagavond 9 april te zien!

Het schrijven van de afkraakspeech was één groot genoegen en bij de repetities had ik veel succes bij de mensen van de techniek. Ik merkte dat ik nogal tevreden met mezelf was. Samen met onder anderen Hugo Borst en Nico Dijkshoorn bevond ik mij in een sterk gezelschap.

Iedereen had er zin in.

Het publiek zat door de enthousiaste opwarmer al op een bijna fataal adrenalineniveau. (P.S. Kan dat misschien iets minder, Eyeworks?) Bij binnenkomst van Ruben Nicolai ging daar zelfs nog een schepje bovenop. De slachting, de publieke executie van Prem, was aanstaande.

Toen betrad Prem de zaal en het leek alsof de temperatuur 15 graden daalde. Hij zei niks en met een strak gezicht, getooid in een wit pak en in zijn hand een groene plastic boodschappentas, ging hij zitten. Zwijgend pakte hij een blocknote tevoorschijn, klaar om aantekeningen te maken.

Ruben probeerde een ontspannen praatje met hem te maken, maar Prem pareerde elke vraag met een tegenvraag en de ongemakkelijkheid deed het adrenalineniveau bij het publiek tot het nulpunt dalen.

Hugo mocht eerst. Hij had een goeie speech, maar leek ook een beetje geïntimideerd door de houding van Prem. Als iemand een donkere blik kan hebben, dan is het Prem wel. Doordat Prem zo’n houding had, wist het publiek niet meer of het nu wel om te lachen was.

Je hoort in dit programma keiharde grappen te maken en degene die geroosterd wordt, lacht daar uit zelfrelativering dan om mee. Dat is de code. De mensen die daar gaan zitten, zijn in hun carrière over het algemeen tamelijk onkwetsbaar geworden en dan wordt het leuk om zo grof mogelijk te zijn.

Dat is het eerbetoon.

Maar Prem keek en zweeg en maakte af en toe een aantekening. Elke spreker begon met goede moed, maar was toch geïntimideerd. Horace Cohen beefde als een rietje en benoemde het zelfs. Tijl Beckand versprak zich drie keer.

Ik was als vijfde en met zweet op de rug las ik mijn speech. Tijdens mijn speech realiseerde ik me dat ik Prem drie keer dood wenste. In de sfeer van: "Als Prem ooit in de politiek gaat, stel ik voor dat we Volkert van der G. vervroegd vrij-laten en met zijn allen roepen: 'Nóg een keer! Nóg een keer!'"

Daar had ik thuis erg veel plezier om gehad, maar met de priemende (Premmende?) ogen van Prem kreeg het ineens een heel rare bijsmaak. Prem had ook nog eens een vernietigende eindspeech, waarin hij niets van ons en het programma heel hield.

Na de opnames vertelde hij dat hij genoten had van de speeches en met moeite zijn lachen had kunnen inhouden. Normaal domineert Prem met te veel woorden en te harde stem elk toneel. Nu domineerde hij zwijgend het programma.

Door te zwijgen maakte hij gehakt van óns. Perfecte verdediging. Chapeau!

Joep van Deudekom

Reageren