Column | Koninginnedag

30 april is voor de meeste Nederlanders een vrije dag, maar niet voor mij.

Als royaltywatcher moet je dan natuurlijk vol aan de bak. Meestal slaap ik de avond vóór de grote dag in de stad of het dorp waar de Oranjes dat jaar hun rondje rond de kerk lopen. Samen met collega Marc van der Linden eet ik dan in een lokaal restaurant en verkennen we de wandelroute. Dat is al een jaar of tien ons vaste uitje en we hebben altijd de grootste lol. Vooral omdat we zelf ook wel zien hoe oubollig het eigenlijk is.

De volgende dag lopen we vooral achter de feiten aan. Letterlijk zelfs. Verslaggevers mogen achter aansluiten in de koninklijke stoet, maar daardoor zie je niet wat er vooraan gebeurt. Stevige bodyguards vormen een afscheiding tussen ons en de laatste prinsen en prinsessen in de rij. Dus zien we vooral hoe Maurits & Marilène en Constantijn & Laurentien heel veel handjes schudden en op de foto gaan met Oranjefans, terwijl de rest van de familie al ver voor ligt.

Máxima
Gedurende de dag mag elke journalist een paar minuten voorin meeslenteren en dat zijn de momenten waarop we onze slag moeten slaan en bijvoorbeeld Máxima kunnen aanspreken, zodat we die avond in RTL Boulevard toch nog wat te vertellen hebben.

Ook na uitzending lopen we achter de feiten aan, want eenmaal terug in Amsterdam worden de straten al schoongeveegd en begeeft iedereen zich half lam naar huis. Maar toch: hoe treurig het allemaal ook klinkt (en is), ik zou het voor geen goud willen missen.

Reageren