Column

Column Peter van der Vorst: Gebroken

We hebben deze week bij ons thuis weer afscheid moeten nemen van twee goede vrienden.

Walter White en Jesse Pinkman. Het zijn de hoofdpersonages in de geweldige serie Breaking Bad. Zij zorgden ervoor dat m’n vriend en ik in de afgelopen maanden nauwelijks meer aan ‘gewoon’ televisiekijken toekwamen, omdat we elke avond minimaal één aflevering op Netflix wilden zien. 

De serie gaat over een 50-jarige scheikunde­leraar (Walter) die longkanker krijgt. Om de financiële toekomst van zijn gezin veilig te stellen, gaat hij samen met een voormalig leerling van hem (Jesse) de drug crystal meth koken. Uiteindelijk groeien ze uit tot de twee meest gevreesde (en gewelddadige) drugsbaronnen van de VS. 

Als ik het zo opschrijf, klinkt het niet direct als een serie waar je 62 afleveringen van wil zien, maar niets is minder waar. Het verhaal wordt zó slim en meeslepend verteld, dat je aan de buis gekluisterd zit. En dat terwijl het bloed en de lichaamsdelen ons geregeld om de oren vlogen. Bovendien zorgen de acteurs ervoor dat we ondanks hun gruweldaden tóch van ze gingen houden. En da’s knap. 

Hoofdrolspelers Bryan Cranston en Aaron Paul waren vóór de serie tamelijk onbekend, maar door Breaking Bad zijn ze ‘Hollywood royalty’ geworden, wonnen ze talloze prijzen en komen ze om in het werk. Maar nu hebben we dus afscheid van ze moeten nemen. Het voelt een beetje als een begrafenis (wat gezien het aantal lijken in de laatste aflevering niet eens zo gek is) en nu zijn we op zoek naar een nieuwe serie om verslaafd aan te raken. Heeft iemand een suggestie?

Reageren