Column | Voetballiefhebber

Om de een of andere reden denken mensen vaak dat ik niet van sport houd. Veel heteromannen gaan ervan uit dat homo’s sowieso niet van voetbal houden en alleen met het Eurovisie Songfestival bezig zijn, maar niets is minder waar.

Ook ik moedig in m’n oranje T-shirt het Nederlands elftal aan. En echt niet omdat ik ‘onze jongens’ zo aantrekkelijk vind. Ik zal het jullie nog sterker vertellen: ik ben mijn carrière zelfs begonnen als voetbalcommentator bij de ziekenomroep in Breda.

Daar deed ik geregeld ­verslag van de thuiswedstrijden van NAC. Vol ­passie probeerde ik Evert ten Napel te imiteren, maar ik had al snel door dat die tak van sport niet bepaald mijn kracht was. Verre van zelfs. Het lukte me maar niet al die namen en rugnummers uit elkaar te houden en ik heb zelfs weleens ‘on air’ zitten juichen voor de tegenpartij.

Sindsdien is mijn respect voor de échte commentatoren alleen maar toegenomen. Ze moeten razendsnel schakelen, mogen geen stiltes laten vallen en over heel veel parate kennis beschikken over iedere voetballer. Jack van Gelder is daarin de absolute meester. Zijn enthousiasme werkt zéér aanstekelijk en ook zonder televisiebeelden ‘zie’ je door zijn commentaar wat er gebeurt. Alleen al daarom zit ik deze periode aan de radio en beeldbuis gekluisterd. En oké, ook omdat het natuurlijk geen straf is om naar types als Afellay en Van Persie te kijken!

Reageren