Column Peter van der Vorst

Doorgeslagen

Sinds ik ‘Mijn huis vol dieren’ presenteer, wordt me vaak gevraagd of ik zelf iets met dieren heb.

Het antwoord is uiteraard: ja. Anders zou ik dit programma niet met volle overgave kunnen doen. Vroeger hadden we thuis kanaries, een dwergpapegaai, kippen en een konijn. Toen ik op mezelf ging wonen, ben ik overgegaan op katten, vooral om de muizen buiten te houden.

Overreden

Inmiddels hebben we alweer elf jaar onze zwarte kater Sam. Zijn rode broertje Boris werd op eenjarige leeftijd voor onze ogen overreden. Een gruwelijke ervaring. Hij was op de een of andere manier naar buiten geglipt, zag ons aankomen, rende enthousiast naar de overkant van de straat en werd geschept door een auto.

Katten in Friesland

Sindsdien zorg ik er altijd voor dat ramen en deuren gesloten zijn, wanneer er een vluchtgevaarlijke kat in de buurt is. Daarin wil ik nog weleens te ver gaan. Zoals laatst toen we voor een nieuw programma aan het filmen waren bij mensen thuis in ­Friesland. Terwijl de cameraploeg nog wat shots maakte van de woning, probeerde ik de twee katten die steeds naar buiten glipten, bij hun nekvel te pakken en weer naar binnen te krijgen.

Bij de buren

Na de zesde poging kwam er een man geamuseerd aanlopen, die zei: ‘Wees maar blij dat mijn vriendin niet ziet dat je haar katten steeds bij de buren naar binnen gooit...’ Daar stond ik dan met mijn ‘goede’ gedrag! Ook ik sla dus weleens door in mijn dierenliefde.

Reageren