The Doors zijn nog altijd niet te koop

In een scène in de film The Doors (1991) is te zien hoe de band rond zanger Jim Morrisson in 1967 een aanbod van 75.000 dollar krijgt van autofabrikant Buick om hun nummer Light my fire te gebruiken in een reclame voor hun nieuwe Opel. Come on Buick, light my fire, zou de alternatieve tekst luiden.

Jim is de stad uit en drummer John Densmore, toetsenist Ray Manzarek en gitarist Robby Krieger gaan akkoord. Wanneer Jim terug is en hoort van de afspraak wordt hij woedend. Hij belt Buick op en vertelt ze dat als ze de reclame uit zenden hij persoonlijk op televisie een auto met een voorhamer tot een klein pakketje zal slaan.

Jim vindt dat reclame hun muziek goedkoop maakt en dat het de magie wegneemt. Jim overlijdt in 1971, maar de rest van de band heeft zijn gedachtegoed in ere gehouden door nooit een nummer af te staan aan de commercie. Vooral John Densmore is het nog altijd hartgrondig eens met Jim Morrisson.

"Het raakte me tot in het diepst van m’n ziel toen ik John Lennon’s Revolution in een commercial hoorde. Dat nummer is de soundtrack van mijn jeugd toen de straten volstonden met burgers die het recht op vrije meningsuiting eisten. Nu wordt het gebruikt om Nike tennisschoenen verkopen."

Nog elk jaar krijgen de leden van The Doors aanlokkelijke aanbiedingen. Roadster wilde Riders on the storm hebben, Apple bood anderhalf miljoen dollar om When the music’s over te mogen gebruiken.

The Doors weigerden. Al geeft Densmore toe dat dat niet altijd makkelijk is. "We hebben het geld niet nodig. Maar anderhalf miljoen? Verdomme! Waarom moest nou Jim zoveel integriteit hebben?"

Reageren