Interview | John Beerens' Salon Takeover

De succesvolle Tilburgse kapper/ondernemer John Beerens helpt in John Beerens’ Salon Takeover noodlijdende kappers aan een permanente oplossing.

Waarom ben je kapper geworden?
„Ik was vijftien en wilde eigenlijk de muziek in, maar daar was geen droog brood mee te verdienen. En als ik één ding wilde, was het wel geld verdienen, omdat we het thuis niet breed hadden. Ik vond het kappersvak eerst iets voor watjes, totdat ik hoorde dat je daar als jongen eerder kans had op een baan. Het overgrote deel van de kappers was vrouw. Als ik die richting zou kiezen, kon ik mooi sparen voor een drumstel.”

Wanneer ben je voor jezelf begonnen?
„Ik was 22 toen ik voor het eerst Nederlands kampioen knippen werd. Kort daarna ben ik in Tilburg een eigen zaak begonnen. Ik was de jongste kapper/ondernemer.”

Hoe kan een kapper zonder ­roeping uitgroeien tot een succesvol ondernemer?
„Ik ben eigenwijs. Ik zie bij iedere kapper hetzelfde: ze oefenen vanuit liefde of passie hun vak uit. Ik voeg daar iets aan toe: ik ben ambachtsman én ondernemer. Dit blijkt een unieke combi te zijn. De kunstenaar heeft een galerie, de zanger heeft zijn manager, maar de kapper regelt alles zelf: administratie, personeel aannemen en ontslaan, onderhandelen met vertegenwoordigers, noem maar op. Een kam en een ­schaar maken je nog geen goede ­ondernemer. Kappers zijn vaak emotionele beslissers en dat geeft ­problemen aan de zakelijke kant.”

Wat is de John Beerens’ aanpak bij slechtlopende kapperszaken?
„Ik probeer deelnemers ondernemersvaardigheden mee te geven. Ik laat ze opdrachten uitvoeren om daarmee ervaring op te doen. Zo leren ze dat een team niets kan zonder leider die zorgt voor de juiste rolverdeling. Verder gaan we iedere kapsalon verbouwen.”

Was het voor iemand die dagelijks met kapsels bezig is, pijnlijk om kaal te worden?
„Dat kaal worden viel wel mee. ­Ik heb na het overlijden van wielrenner Marco ­Pantani als eer­betoon mijn kop kaalgeschoren. Later werd het een soort van imago: ze noemden me ‘die kale’. Vanwege een weddenschap heb ik me laten ontharen met als gevolg dat ik niet meer terug kan: ik ben permanent kaal. Misschien typeert het mij ook wel: als ik het doe, doe ik het ook goed.”

Reageren