Sela Ward is weer thuis op tv

Het team van CSI: New York kreeg dit seizoen versterking van een nieuwe detective. Actrice Sela Ward (54) speelt alweer een aantal maanden de doortastende Jo Danville. We spreken de goed geconserveerde ster – en botoxliefhebber – in Los Angeles.


Hoe was het om als nieuweling bij zo’n hechte cast te komen?
"Ze hadden me niet beter kunnen verwelkomen. Voor een serie waarbij de mensen al zo lang bij elkaar zijn, werd ik verrassend goed opgenomen. Ze zijn heel aardig voor me geweest."

Ging de rol je ook zo makkelijk af?
"Dat viel vies tegen. Al na de eerste week was ik compleet uitgeput. Ik heb veel relatiedrama’s gedaan en daarbij praat je vooral over gevoelens. Ik kijk geen televisie en heb te weinig misdaadseries gezien om echt te weten waaraan ik begon. Ik dacht eerlijk gezegd dat dit een eitje zou worden. Toen ik vervolgens de moeilijkste termen uit m’n hoofd moest leren, viel ik bijna flauw. Het duurde even voordat ik me erbij op mijn gemak voelde. Ik hou nu eenmaal niet zo van wetenschap."

Waarom wilde je CSI: New York dan toch doen?
"Om Gary Sinise (Mac Taylor). Tijdens allerlei prijsuitreikingen werden we om de een of andere reden steeds bij elkaar gezet. We raakten niet uitgepraat. 'Met hem wil ik werken', zei ik tegen mijn man. Gary is heel getalenteerd en daarnaast is hij ook nog eens de liefste, aardigste, nuchterste man die je kunt bedenken. Ik ken niet veel mannelijke acteurs over wie ik zoiets kan zeggen. Toen ik werd gebeld om dit te doen, stond ik bovendien te trappelen om weer aan het werk te gaan."

Hoelang heeft je pauze geduurd?
"Na mijn rol in The Stepfather (2009) had ik niets meer gedaan. Ik dacht dat mijn pensioen was aangebroken. Ik had gezworen dat ik nooit meer een televisieserie zou doen, omdat ik meer tijd wilde doorbrengen met mijn kinderen voordat ze het huis uit zouden gaan. Maar zo’n onintelligente rol als in The Stepfather wilde ik ook nooit meer spelen. De interessantste rollen voor vrouwen vind je tegenwoordig toch op televisie. Ik dwaalde doelloos rond en miste het acteren enorm. Toen ik werd gebeld voor CSI: New York, kon ik niet weigeren. Mijn kinderen zijn nu 12 en 16 jaar en helemaal niet geïnteresseerd in hun moeder."

Kijken zij ook naar CSI: NY?
"Nee. Van mij hoeven ze niet te kijken. Ze hebben er allebei wel wat van gezien, maar het kan ze niet lang boeien. Het is ook zo grafisch. Er zitten scènes in waarbij Sid een ribbenkast openzaagt. Goeie genade. Ik heb daar al moeite mee, laat staan mijn 12-jarige dochter."

Hoe leer je die vaktermen uit je hoofd? Zoek je woorden op?
"De schrijvers zijn altijd aanwezig op de set. Als je iets niet begrijpt, kun je ze om opheldering vragen. Ik had geen tijd om mee te lopen met echte CSI’ers, maar in het schrijversteam zitten ook een ex-officier van de New Yorkse politie en een voormalig CSI-onderzoeker. Als ik wil weten of ik handschoentjes aan moet of mijn hand op een bepaalde plek mag laten rusten, kunnen zij me precies vertellen hoe of wat."

Je hebt veel emotionele rollen gespeeld. Is het fijn om nu een afstandelijkere vrouw te spelen?
"Ik dacht dat het heel makkelijk zou zijn, maar het bleek een van de moeilijkste dingen die ik ooit heb gedaan in mijn carrière. In CSI: New York moet je alles uitleggen en dat ben ik niet gewend. Ik word er zelfs stapelgek van: zo dom is de kijker toch niet? Nee, maar met al die technische termen willen ze zeker weten dat de kijker het begrijpt en daarom leggen we alles uitvoerig uit. Bij drama probeer je die verklaringen juist achterwege te laten. Hoe minder je zegt, hoe meer je non-verbaal kunt overbrengen. Alles wat ik over acteren wist, werd bij CSI op z’n kop gezet. Dat vond ik de eerste vijf afleveringen ontzettend moeilijk. Daarna kwam ik in het ritme. De woorden waren geen abracadabra meer voor me en ik begon het wereldje steeds beter te begrijpen. Toen werd het een stuk makkelijker. Nu heb ik er plezier in."

Deze week is Sela voorlopig voor het laatst te zien; volgende week wordt seizoen 4 herhaald. Vanaf 22 augustus is Sela weer zien in het vervolg van seizoen 7.

Reageren