Wordt Nederland ooit nog kampioen?

'Echte' kenners - lees: wetenschappers - zijn het erover eens: Oranje gaat ook dít EK met lege handen naar huis. Maar waarom zouden onze jongens niet, net als in 1988, de grachten van Amsterdam onveilig gaan maken met die grote beker in de hand?

Volgens Mark van den Heuvel van het W.J.H. Mulier Instituut voor sociaalwetenschappelijk sportonderzoek in Den Bosch is daar een simpele reden voor. In het populair-wetenschappelijk tijdschrift Quest doet hij zijn theorie uit de doeken: "Voetballers van grote landen vinden het 'gewoner', dus meer voor de hand liggen dat zij winnen. Daardoor ontstaat een superioriteitsgevoel dat de prestaties bevordert."

Calimerocomplex
De voetballers van het Nederlands elftal zouden onderbewust last hebben van een calimerocomplex (naar het tekenfilmkuikentje uit de jaren zeventig): de tegenstanders zijn groot en wij zijn klein en dat is niet eerlijk. Waar grote landen kracht putten uit hun superioriteitsgevoel gaan wij in de put zitten op de belangrijke momenten.

Zwarte bladzijde
Als je het Europees kampioenschap van 2000 erbij pakt, lijkt deze theorie inderdaad te kloppen. We missen in de halve finale tegen Italië twee strafschoppen en noteren in de wedstrijdbeslissende penaltyreeks drie missers. Een zwarte bladzijde in de voetbalgeschiedenis.

Voetbaltalent
"Daarnaast kan een land met meer inwoners ook uit een grotere vijver met voetbaltalent vissen", zo stelt Mark. Grote voetballanden als Duitsland (drie keer) en Frankrijk (twee keer) zijn zonder twijfel vaker Europees kampioen geweest, maar naast Nederland staan ook Griekenland, Denemarken en het oude Tsjecho-Slowakije op de lijst van winnaars. Kleine landjes kunnen dus wel degelijk vaker een groter land overtroeven.

Kwaliteit
En we moeten natuurlijk één ding niet vergeten: bijna al onze voetbalinternationals spelen voor de beste voetbalclubs ter wereld. Het maakt dus niet uit hoeveel talent je uit een vijver kunt vissen: kwaliteit gaat boven kwantiteit.

Reageren