Interview

Frans Bauer over Bauer's Zigeunernacht

Volkszanger Frans Bauer gaat terug naar zijn roots. BN'ers komen bij hem logeren in een zigeunerkamp bij Boedapest. "Je had die gezichten moeten zien!"

Een videoband uit de oude doos bracht Frans Bauer op het idee voor zijn achtdelige tv-serie. In het filmpje zingt hij als jongetje een liedje voor zijn opa en oma. Het is opgenomen bij de woonwagen van zijn grootouders. Frans liet de beelden negen jaar geleden al aan zijn kinderen zien.

„Zij wilden van alles weten over hoe het is om in een woonwagen te leven”, zegt Frans, zelf een geboren en getogen ‘kamper’. „Ik vertelde dat je buiten naar de wc moest en dat je je in de bosjes moest wassen; dat mijn vader nog heeft rondgereisd. Hij sliep als kind soms onder de wagen, omdat ze thuis met z’n vijftienen waren en niet iedereen erin kon. Er was geen elektriciteit en geen stromend water. Heel primitief allemaal. Zo kwam ik op het idee om op zoek te gaan naar mijn roots én gasten te laten zien wat het betekent om zo te leven.”

Hongarije

Frans koos voor Hongarije, omdat zijn grootvader daarvandaan komt. De familie Farago ontving hem en zijn filmploeg in een zigeunerkamp bij Boedapest en bood hem de gelegenheid daar zijn programma op te nemen. In een stokoude Mercedes ging de Brabantse zanger op weg met Dorus, zijn oudere broer en vaste chauffeur. De aanschaf van de auto en de reis van 1400 kilometer zijn een verhaal apart, dat in de eerste aflevering aan bod komt.

BN'ers

Vervolgens meldt zich elke week een bekende Nederlander aan de poort, die sfeer komt proeven en van gedachten wisselt met de gastheer. De logés zijn: Irene Moors, Emile Roemer, Ali B, Pia Douwes, Ellen ten Damme, Erik van der Hoff en Albert Verlinde (links op de foto). Frans nodigde speciaal deze gasten uit „omdat ze wat verder weg staan. Het zijn bekende mensen van wie we op privévlak weinig weten. Iedereen kent Pia Douwes van de musicals, maar wat houdt haar bezig, wat maakt haar gelukkig?”

Emotionele momenten

Frans: „Mijn gasten wisten dat ze naar een zigeunerkamp gingen. Maar ze dachten even hun dingetje te doen: camera aan, een paar vragen beantwoorden, klaar en dan naar het hotel. Maar er was helemaal geen hotel, alleen een weiland met woonwagens en die aardige familie, een toilet tussen de bomen en een ketel om je ergens buiten te wassen. Ze moesten blijven logeren. Je had die gezichten moeten zien! Sommigen vonden het hartstikke leuk, zoals Pia Douwes; anderen wilden het liefst zo gauw mogelijk weer weg. Dat zijn lollige dingen."

Een deel van dit artikel verscheen eerder in Televizier 32 / 2012

 

Reageren