Loek Peters (Berry) en Raymond Thiry (Luther)

Interview met de mannen van Penoza

Interview met de mannen van Penoza

In het leven van Carmen van Walraven zijn Berry en Luther zo'n beetje de belangrijkste mannen. Wat vinden acteurs Loek Peters en Raymond Thiry zelf van hun Penoza-alter ego's?

Is Luther ook dit seizoen weer de sympathieke crimineel die voor Carmen door het vuur gaat?

Raymond Thiry: „Ja, dat kan ook niet anders. Hij is hondstrouw aan de familie Walraven. Aanvankelijk was het idee dat ik aan het eind van seizoen 3 het loodje zou leggen, maar die scènes hebben ze eruit geknipt omdat het team dat de serie keek reageerde: nee niet Luther dood! Dat zou de laatste tien minuten echt bederven omdat mensen Luther blijkbaar een warm hart toedragen. Hij is toch ook een beetje de redder in nood. Carmen heeft mij nodig, ze kan het niet alleen. Maar Luther verdwijnt wel in de gevangenis. Of en hoe hij daaruit komt, ga ik natuurlijk niet verklappen.”

En Berry (op de foto) spelen is inmiddels een vertrouwde jas aantrekken?

Loek Peters: „Ja inderdaad. Maar dit seizoen gaat het wel iets een andere kant met hem op qua rol. Het is allemaal niet meer zo evident. Of hij stiekem een oogje op Carmen heeft? Nee. Berry is eigenlijk best zachtaardig maar ook nogal aseksueel haha. Daar heb ik ook enorm hard voor gevochten bij de regisseur. Hij voelt wel een speciale band met Nathalie, de dochter van Carmen. Berry heeft haar in het verleden een keer naar het ziekenhuis gebracht na een drugsoverdosis, maar daaruit zal een nooit een romance ontstaan. Op de een of andere manier is Berry toch wel aimabel want iedereen spreekt mij erop aan. ’Hey Berry!’ hoor ik dan, heel vriendelijk en leuk allemaal.”

Zijn jullie door deze serie ‘BN’er’ geworden?

Loek Peters: „Bij mij kwam het allemaal een beetje tegelijk: Penoza, kinderfilms etc. Door kinderen word ik aangesproken als dokter Snor uit de film Achtste Groepers Huilen Niet of krachtpatser René uit De Sterkste Man van Nederland. Volwassenen kennen mij vooral van Penoza. Daar kijken wel heel veel mensen naar, dat merk je wel. Ik ben onlangs naar Leidsche Rijn verhuisd en in een Vinex wijk zijn mensen toch minder gewend om mensen van tv tegen te komen.”

Raymond Thiry: „Door Penoza krijg ik wel een indruk hoe het is om een ‘head turner’ te zijn. Dat je door de straat loopt en dat een groot deel van de mensen toch even op of omkijkt. Zolang ik in de tram kan blijven zitten en mijn boodschappen kan doen… vind ik wel belangrijk. Telkens met iemand op de foto moeten en worden aangesproken lijkt me niks. De reacties zijn nog steeds positief; kijkers dragen mij een warm hart toe.”

Wanneer is voor jullie het moment: nu ben ik klaar met Penoza?

Raymond Thiry: „Die momenten heb ik wel eens gehad tijdens het draaien, vanaf het tweede seizoen al. Op een gegeven moment is een personage voor mij niet zozeer uitgekristalliseerd maar het zit zo lekker dat je eigenlijk weer honger hebt naar iets nieuws. Het luxe van in een serie als Penoza spelen, is dat je je nauwelijks hoeft voor te bereiden. Je gaat naar de set, trekt je kostuum aan en duikt meteen in je personage. Luther heeft vrij weinig tekst, dus…. Maar aan andere kant knabbelt er ook een gevoel van: ik moet andere dingen doen.”

Loek Peters: „Het is alsof je elk jaar weer terug gaat naar een zomerkamp met dezelfde mensen. Je kent elkaar zo goed, ook de crew, dan is het super leuk om met elkaar te werken. Wat dat betreft kan ik nog tien jaar door gaan. Je merkt wel dat iedereen bezig is met: gaan we het weer voor elkaar krijgen, qua kwaliteit van de serie. Dat is eigenlijk het enige dat echt belangrijk is: houden we het niveau van Penoza vast?”

Is dat gelukt dit seizoen?

Loek Peters: „Ik heb de eerste aflevering gezien en ik was bijzonder blij verrast, omdat het een iets andere feel heeft dan voorgaande jaren. Het is weer rijker geworden. Dat heeft vooral te maken met de montage, die is geweldig.”

Hoe is het om een pistool in je hand te hebben?

Loek Peters: „Ik ben een keer, ver voor Penoza, voor een voorstelling naar een schietbaan gegaan. Dat is doodeng en raar ook; bizar dat zo’n klein instrument zo veel vernietigende kracht in zich heeft. Op de set schiet je niet met echte munitie, dat is toch spelen.”

Raymond, jij speelt vaker een crimineel. Word je daar altijd voor gecast?

Raymond Thiry: „Nee hoor, heb ook veel ander soort rollen gespeeld. Maar het is wel zo dat ik een karakteristieke kop heb, vooral geschikt voor nasty personages of getormenteerde figuren. In Missie Aarde leefde ik ook een beetje in mijn eigen wereld. Het is standaard, maar ik denk wel dat je een goede aan me hebt om van die stille kwaaie krachten te spelen.”

Op 13 september start het vierde seizoen van de razend populaire misdaadserie

Reageren