Elsie Couwenberg

Interview met Rifka Lodeizen over Overspel

Interview met Rifka Lodeizen over Overspel

Rifka Lodeizen (42) speelt in de serie Overspel Elsie Couwenberg. Elsie kreeg veel ellende te verduren, maar er is licht aan het einde van de tunnel.

Wat staat Elsie allemaal te wachten dit seizoen?

„Elsie kruipt een beetje uit het dal omhoog. Dat vond ik heel leuk om te spelen, dat ze weer een beetje de oude wordt. Ze wordt een soort Elsie 2.0. Maar haar leven is niet alleen maar leuk; ze komt dit seizoen behoorlijk in conflict met haar geweten, haar vader, haar broer en met Pepijn. Drama is natuurlijk het leukste om te spelen als acteur, maar ik vind het ook fijn om te laten zien dat Elsie er sterker uit is gekomen en dat ze beter af is zonder ­Willem. Ze is een vechter.”

Ben je voor de opnamen heel benieuwd wat je personage allemaal te wachten staat?

„Heel erg. Ik heb van tevoren wel gesprekken gehad met schrijver Frank Ketelaar over wat hij ongeveer van plan was,  maar hoe het precies wordt, weet je niet. Ik kreeg het script via de mail binnen en heb het meteen vier keer gelezen.”

In het echt spreek je keurig, in Overspel heb je een vet Amsterdams accent. Is dat lastig?

„Ik ben geboren in Amsterdam en vroeger praatte ik voor de gein weleens heel plat met m’n vriendinnen. Nu word ik altijd ingezet als Amsterdammer, terwijl ik ook wel een ander accent wil proberen. Rotterdams lijkt me ook leuk. Of Gronings.”
Dit is het derde en tevens laatste seizoen van Overspel.

Vind je dat jammer?

„Ik heb moeite met afscheid nemen. Het was zo lekker om deze mensen als een soort familie te hebben. Dan hoef je niet de hele tijd te laten zien dat je leuk bent. Het was dus lastig, maar nu ben ik alleen maar heel trots op wat we hebben gemaakt. Ook
dit derde seizoen is weer ­spannend geworden.”

Je hebt, naast het acteren, nog meer talenten: twaalf jaar geleden heb je een jaar lang brocante meubels verkocht. Waarom?

„Ik hou erg van rommelmarkten, maar m’n huis staat al vol en toen kwamen m’n vriend en ik op het idee om allerlei ­brocante markten af te gaan en hier in Nederland te gaan verkopen. Niet fulltime hoor, maar een jaar lang bijna iedere zaterdag. Dan reden we in
een grote bus naar Frankrijk, kochten we daar spullen en verkochten het dan weer op de Noordermarkt in Amsterdam. Dat ging hartstikke goed. Het is wel hard werken, want je moet voor acht uur ’s morgens al je bus hebben uitgeladen. Maar er kwamen altijd wel vrienden langs, dus het was heel gezellig.”

Overspel  20.30 • NPO 1

Reageren