Interview

Scott Caan over Hawaii Five-O

Scott Caan speelt de hoofdrol in de politieserie ‘Hawaii Five-O’. We spreken de acteur in Los Angeles. „Bij ons loopt het altijd goed af.”

Hawaii Five-O wordt opgenomen op... Hawaï. Leuk wonen daar?

„Als je heel ambitieus bent en veel wilt doen, dan is Hawaii niet de uitgelezen plek. Iedereen is daar heel ontspannen. Dat ben ik niet, ik ben een stadsmens, zit vol met plannen. Ik fotografeer, schrijf films en toneestukken, ik bedenk series en ik wil regisseren. Dat is allemaal lastig daar. Aan de andere kant: Hawaii is mooi, het weer is er lekker, de mensen zijn aardig, de oceaan naast de deur. Het is alleen wat traag.”

De serie loopt heel goed, dus voorlopig zit je er nog wel even.

„Nou, als ik naar m’n vrienden kijk, ben ik blij dat ik een baan heb. Vroeger maakte ik twee of drie films per jaar. Als ze ergens voor een film een kleine acteur nodig hadden, was ik bijna al zeker van de rol. Maar de tijden zijn veranderd. Er worden veel minder films gemaakt. Vrienden die ook acteur zijn, zitten nu vaak blut en werkloos thuis. Zij zouden een moord doen voor een baan als de mijne. Ik ben dus blij dat ik leuk werk heb.”

Hawaii Five-O werd ergens een kruising tussen CSI en Baywatch genoemd. Kun je je daarin vinden?

„Ik heb CSI nog nooit gezien. Baywatch ook niet trouwens. Eerlijk gezegd kijk ik niet eens naar mijn eigen serie. Ik kijk überhaupt nooit tv, omdat ik zo veel andere dingen te doen heb. En Hawaii Five-O is ook niks voor mij . Het loopt altijd goed af en daar hou ik niet van. Maar ik begrijp wel waarom dat zo is. Deze serie is voor die huisvader die ruzie heeft met zijn zoon, zijn vrouw haat en ’s avonds voor de tv behoefte heeft aan een happy end waarin de boef wordt gepakt. Dat doen we voor hem. ”

Je vader is de beroemde acteur James Caan, vooral bekend van The Godfather. Is hij trots op je?

„Ik geloof van wel. Zeker nu ik rollen voor hem schrijf en hij dankzij mij werk heeft. Mijn vader is totaal niet pretentieus en beschouwt zichzelf niet als een kunstenaar. ‘Picasso is een ­kunstenaar’, zegt hij altijd. Hij wilde ook helemaal niet dat ik acteur werd, hij hoopte dat ik professioneel honk­baller ging worden. Maar vorig jaar kwam m’n vader een keer kijken bij een toneelstuk dat ik had geschreven en dat vond hij geweldig, hij raakte er niet over uitgepraat. Tjonge, dacht ik toen: Robert Caan vindt dat ik goed kan schrijven. Helemaal niet verkeerd.”

Wat is het beste advies dat je vader je ooit gaf?

„Ga nooit trouwen.” 

Reageren