Start nieuwe serie

Van Gogh: Een Huis voor Vincent

Het leven van Vincent van Gogh leent zich uitstekend voor een ­dramaserie. En eindelijk is die serie er, met Barry Atsma en Jeroen ­Krabbé in de hoofdrollen.

Vincent van Gogh (1853 - 1890) kon mooi schilderen en sneed zijn eigen oor eraf, omdat-ie gek was. Dat is globaal de kennis die veel mensen hebben over een van de beroemdste Nederlandse schilders ooit. Hoe het leven van de op 37-jarige leeftijd overleden kunstenaar er verder uitzag, is voor velen onbekende materie. De vierdelige serie Van Gogh: Een Huis voor Vincent brengt daar verandering in.  

Manisch depressief

De serie, met Barry Atsma als Vincent, kent twee verhaal­lijnen. In de eerste volgen we het leven van Vincent vanaf het moment dat hij als zestienjarige in 1869 in de kunsthandel van zijn oom in Den Haag gaat werken. Vervolgens is hij korte tijd pastoor voor mijnwerkers in Wallonië. Pas daarna wordt de kunst zijn roeping en in slechts tien jaar schildert Vincent in koortsachtig tempo zijn meesterwerken bij elkaar. Tussendoor worstelt hij met manische depressiviteit en een psychose. In 1890 sterft Vincent door, naar men aanneemt, zelfmoord. Al doet er de laatste tijd ook een theorie de ronde waarin Vincent zou zijn neergeschoten door een paar rotjongens uit het Franse dorp waar hij woonde.

Erfgenaam

De tweede verhaallijn gaat over Vincent Willem, de zoon Vincents broer Theo en de grootvader van filmmaker Theo van Gogh. Vincent Willem, gespeeld door Jeroen Krabbé, is de enige erfgenaam van zijn oom Vincent. In 1959 heeft hij de schilderijen in eigendom, maar is van plan alle werken te verkopen in Frankrijk. Maar eerst maakt hij, samen met zijn vrouw Betty, een reis langs plekken waar Vincent heeft geschilderd.

Jeroen Krabbé

Al met al een mooi uitgangspunt voor de serie Van Gogh: Een huis voor Vincent, die er veelbelovend uitziet. Hoofdrolspeler Barry Atsma werd met zijn geverfde haar en baard door Japanse toeristen al aangezien voor de echte Vincent en met Jeroen Krabbé heeft de serie zelfs een Van Gogh-adept in huis gehaald. De kunstwerken van die acteur, die niet onverdienstelijk schildert, lijken dan ook flink op die van zijn illustere voorganger. Mocht u, na het lezen van dit stukje, overwegen een echte Krabbé in huis te halen, dan moet u wel flink sparen: een Jeroen Krabbé gaat voor zo’n 50.000 euro over de toonbank. Volgende week in Televizier een interview met Barry Atsma.

Reageren