In de documentaire De Indische tafel, jongens van de Japanse kampen vertellen mannen over hun internering in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hans Rasker: ‘We voelen ons allemaal ontheemd.’
Twee jaar geleden maakte filmmaker Pieter van Huystee grote indruk met Als ik mijn ogen sluit. In deze documentaire behandelde hij de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië vanuit het perspectief van de vrouwen. Twee jaar later laat Van Huystee in De Indische tafel, jongens van de Japanse kampen mannen aan het woord. De regisseur volgt hierin een groep mannen die tijdens de oorlog in een Jappenkamp zaten. Sinds 2018 komen ze elke week samen in een sociëteit in Hilversum voor een gezamenlijke lunch. Hans Rasker (1939) is een van hen. Hij voelt zich thuis aan de Indische tafel. “Bijna alle leden van de groep hebben in een kamp gezeten, ze weten wat ik bedoel als ik het over Tjideng heb. Het zijn mijn dierbaarste vrienden geworden.”
In de documentaire vertelt Rasker hoe zijn leven van maart 1942 tot augustus 1945 werd overheerst door hitte, angst en honger. “Honger maakt energieloos, je kunt niets. Tijdens elk appel werden vrouwen geslagen. Als wij kinderen iets verkeerd deden, werden onze moeders daarvoor gestraft. Maar de meeste indruk maakten al die vrouwen om mij heen die stierven.”
De impact van de kampjaren op Raskers leven is groot, maar niet allesbepalend. “Ik heb veel mooie dingen meegemaakt: mijn studententijd, mijn wetenschappelijke carrière, mijn gezin, mijn kleinkinderen. Ik ben een tevreden mens. Al was ik wel een workaholic. Omdat ik wilde vergeten, maar vooral omdat ik iets wilde inhalen.” Ook dat deelt hij met zijn disgenoten. Net als het gemis van het oude Indië. “We voelen ons allemaal ontheemd. Zelf merkte ik dat toen ik in 1984 voor het eerst terug was in Indonesië. Ik voelde die warme, natte deken over me heen en rook die geuren: ik was thuis. We hebben ook allemaal een voorliefde voor Indisch eten. Ik houd nog steeds niet van aardappels.