Het slotweekend van de WK wielrennen in Montréal begint met een knaller: de wegwedstrijd bij de vrouwen. Waarom is dit misschien wel het leukste onderdeel om naar te kijken?
De grote favorieten voor de wegwedstrijd op de WK in Montréal zijn bekend. Dat zijn Demi Vollering, Kasia Niewiadoma, Lotte Kopecky en Elisa Longo Borghini. Toch maken ook outsiders altijd kans op de hoofdprijzen. Dat bewees Magdeleine Vallieres vorig jaar, toen ze in Rwanda de wereldtitel greep. In 2021 reed Anna Kiesenhofer in Tokio tot ieders verrassing naar olympisch goud. Ook in Montréal kan de vrouwenkoers zomaar een totaal onverwachte wending nemen.
In het peloton heerst een sterke onderlinge rivaliteit. Dat bewezen – toen nog – ploeggenoten Vollering en Kopecky in de Strade Bianche van 2023. Na de eindsprint vielen er harde woorden. De relatie tussen de twee lijkt blijvend beschadigd. Ook tijdens de Tour de France van dit jaar reden de renners op het scherp van de snede. Vollerings ploeggenoot Célia Gery zou Niewiadoma, de grootste concurrent van haar kopvrouw, bewust hebben afgesneden. Na de finish was de Poolse woedend. De spanning bleef nog dagen in de lucht hangen. Die rivaliteit is niet nieuw: in de jaren 90 had Leontien van Moorsel aanvaringen met Monique Knol en Jeannie Longo.
Hoewel Mathieu van der Poel kansen ziet, is het parcours in Montréal eigenlijk net te zwaar voor hem. Daardoor is bij de mannen de kans op een Nederlandse wereldkampioen niet zo groot. Bij de vrouwen is dat anders. Demi Vollering is topfavoriet, en ook haar teamgenoten zijn zeker niet kansloos. Uit een ontsnapping kunnen eigenlijk alle Nederlandse vrouwen de titel pakken. Het is dus goed mogelijk dat een Nederlandse de regenboogtrui pakt.