Voor het eerst sinds tijden doen er bekende Nederlanders én Vlamingen mee aan Expeditie Robinson. Verder blijft veel bij het oude met vaste elementen die het programma zo succesvol maken.
Het speelveld van Expeditie Robinson is geen studio in Aalsmeer, maar een onbewoond eiland voor de kust van Maleisië. Compleet met azuurblauwe zee, parelwitte stranden en wuivende palmbomen. De deelnemers krijgen het tijdens de Expeditie misschien zwaar te verduren, ze zijn wel op een prachtige plek. Dat verzacht de pijn én het is leuk voor de kijkers. Die kunnen op donkere november- en decemberavonden genieten van tropische plaatjes.
Als de deelnemers per boot aankomen, vinden ze elkaar allemaal nog aardig. Dat verandert snel. Zodra de eerste tegenslagen zich aandienen, verandert de groepsdynamiek. Leiders staan op, en er zijn meelopers en buitenbeentjes. Als de eerste bondjes zijn gevormd, kan het gekonkel beginnen. In de branding praten groepjes op fluistertoon over hun stemstrategie. ’s Avonds bij de eilandraad wordt duidelijk wat ze daar hebben bekokstoofd. Fascinerend om te zien.
Het is een imposant gezicht: de grote bouwwerken voor de proeven van Expeditie Robinson. Het zijn enorme hindernisbanen, behangen met katrollen, haken, loopbruggen en katapulten. Niet alleen de Nederlands-Belgische deelnemers gaan daarmee aan de slag: op het eiland heerst een strak schema. Na ‘ons’ tijdsblok staat de Deense of Finse versie van het programma klaar om de toestellen te gebruiken.
Tekst: Jeroen Keijzer