Wetenschappelijke proeven

Joep van Deudekom over Het Instituut

Joep van Deudekom over Het Instituut

In het nieuwe programma Het instituut zitten honderd Nederlanders als proefkonijnen in het lab van Joep van Deudekom en Rob Urgert. Het bleek een levensveranderende ervaring voor de deelnemers.

Valt racisme aan te tonen met schietspelletjes, is angstzweet écht te ruiken en zijn conservatieve mensen banger dan progressieve? Zomaar wat vragen die worden beantwoord in de achtdelige serie Het instituut. Het kostte ­bedenkers Joep van Deudekom en Rob Urgert ruim twee jaar aan voorbereiding voordat ze samen met ­presentatrice Sophie Hilbrand honderd proefpersonen onder hun hoede kregen. Joep: “Het had nogal wat voeten in de aarde omdat het programma op drie niveaus moet werken: ten eerste moest het  zo goed mogelijk écht ­wetenschappelijk onderzoek zijn, daarnaast eiste de NPO dat het ook nog amusementswaarde had én het moest te filmen zijn.”

Impact voor deelnemers

Uiteindelijk vonden ze een groep gemiddelde Nederlanders, van 19 tot 73 jaar, bereid zich zes dagen over te ­geven aan hun experimenten. Dat begon al toen bij ­aankomst alle mobieltjes ingenomen werden, wat volgens Joep achteraf de best denkbare beslissing bleek: “Natuurlijk kregen sommigen afkickverschijnselen, maar belangrijker nog: iedereen werd ineens gedwongen contact te zoeken en écht met iemand te praten. Voor heel wat deelnemers is die week in de kazerne een lifechanging event gebleken. Mensen zijn naderhand van baan veranderd, er zijn er zelfs gescheiden. Het heeft wel degelijk impact gehad,  waar het ons trouwens helemaal niet om ging.”

45 experimenten

Overigens was er niet al teveel tijd om te praten, Rob en Joep hadden een druk programma voor hun proefpersonen: “We voerden binnen een week 45 experimenten uit die in één keer moesten lukken. Herhaling zou de uitslagen immers beïnvloeden. Dat alles was natuurlijk een logistieke nachtmerrie. Vaak werden individuele proeven achter elkaar opgenomen, uiteraard met zo min mogelijk uitleg. Hierdoor dachten mensen dat alles bij elkaar hoorde, ze zochten zelfs naar verbanden die er helemaal niet waren. Sorry, er zat écht geen link ­tussen een tompouce eten, met een dobbelsteen gooien en het Wilhelmus zingen.”

Weigeren

De proefpersonen in Het instituut krijgen het zwaar, maar worden nooit bewust voor schut gezet of gemarteld tijdens de experimenten. Joep: “Dat hebben we vooraf duidelijk aangegeven: je mag op elk moment ­alles weigeren. Uiteindelijk is niemand voortijdig ­gestopt. Zelfs als we ze vroegen in een hok met vogelspinnen te stappen of van een hoogwerker af te springen met ­alleen een paraplu. Dat laatste was bedoeld om angstzweet te meten, maar het toonde daarnaast ook heel mooi aan hoe een ongemerkt proces als groepsdruk werkt.”

 

Joep en Rob combineren al bijna twintig jaar wetenschap en humor op televisie in programma’s als Onder de tram en Tussen de oren. Het instituut lijkt de kroon op hun werk, maar hoe vinden ze toch de lach in stoffige feitjes? Joep: “Toen ik nog werkte als docent privaatrecht, merkte ik al dat humor een uitstekend smeermiddel is om gortdroge, complexe onderwerpen toegankelijk te maken. Als je regels en wetten letterlijk neemt en even doordenkt, kom je vaak op de meest ­absurde situaties en dat is de ingang om grappen te kunnen maken. Dit proberen we ook met het nieuws te doen in De kwis, maar het tempo ligt zo hoog in die show dat daar nooit echt voldoende tijd voor is. Zondag met Lubach is ook heel sterk in het analyseren van ­actualiteiten, maar daar krijg je op NPO 1 op primetime helaas geen tijd voor.”

Sophie Hilbrand

Waar Sophie Hilbrand zich vrij tussen de kandidaten begeeft en geregeld polst hoe het gaat, houden Rob en Joep zich bewust afzijdig van hun lab-ratten. Joep: “We merkten op de eerste dag al dat we in onze rol als ‘baas van het programma’ afstand moesten houden van de mensen. Als je betrokken raakt, kan dat de uitslagen onnodig beïnvloeden. Toch heeft Het instituut ook hen niet onberoerd gelaten, Joep heeft zichzelf beter leren kennen: “Ik vond het prettig te bemerken dat ik op mijn leeftijd – ik ben 56 jaar – nog behoorlijk lange dagen kan maken zonder gebroken te zijn. Ook was het interessant te merken dat tijdens de opnames bepaalde oude instincten weer boven kwamen. Ik ben jarenlang gym­leraar geweest, het leiden en aansturen van een groep mensen kwam direct weer bij me naar boven. Dat zit er blijkbaar ingebakken.”

Het instituut | vanaf donderdag 20 oktober, 21.30 • NPO 1

Reageren