Arnout Hauben en zijn makkers lopen in Dwars door de Pyreneeën door de bergen. Dat levert een tocht op van duizend kilometer vol bijzondere ontmoetingen. “Dat gebied is een natuurlijke grens, maar verbindt tegelijkertijd.”
“Ik wilde na de polders van Nederland en België iets anders. Voor mensen uit de lage landen hebben bergen iets mystieks, iets bijzonders. Het zijn gebieden waar de tijd wat minder snel lijkt te gaan. Tradities worden er langer bewaard omdat het afgelegen ligt. Bovendien werkt het goed om met zo’n groot natuurelement te werken. In Rond de Noordzee deden we dat ook. Het is een thema dat mensen verbindt en dan wordt één plus één meer dan twee.”
“Omdat het een wereld is die nabij ligt, maar toch nog deels onontgonnen is. De Alpen zijn ook om de hoek, maar dat is veel toeristischer en meer ontwikkeld. De Pyreneeën hebben iets puurs met kleine dorpjes en mensen die op zichzelf leven. Die bergen schermden de bewoners af van de rest van de wereld, het is een natuurlijke grens. Daar is meer avontuur te vinden. Bovendien is het een stuk toegankelijker voor wandelaars. In de Alpen moet je al snel klimuitrusting aan en langs kettingen balanceren. Niks voor mij, ik ben niet zo heldhaftig.”
“We hebben twee langeafstandsroutes gecombineerd, de GR10 en de GR11. De 11 gaat door het Spaanse deel van de Pyreneeën. De 10 loopt aan de noordkant van de bergen door Frankrijk. Daarnaast hebben we veel uitstappen gemaakt naar valleien. Als je echt op die bergkammen blijft, kom je niemand tegen. Dan heb je geen programma.”
Tekst: Maarten van der Meer