Interview met Jan Terlouw: 'Ik heb veel vertrouwen in de jeugd'

Jan Terlouw schreef het boekenweekessay 2018 met de titel Natuurlijk. Een vurig en onderbouwd pleidooi voor het oplossen van de klimaatproblematiek. “Het kán. En het is niet eens moeilijk.”

Tekst: Bea Kastrop

‘Natuur’ is dit jaar het thema van de Boekenweek en het is niet zo gek dat aan Jan Terlouw werd gedacht voor het boekenweekessay. Sinds de bekroonde schrijver en voormalig D66-politicus eind 2016 in De wereld draait door een vurig pleidooi hield voor het milieu en voor vertrouwen in elkaar (het touwtje uit de brievenbus), staat zijn telefoon niet stil. “Ik krijg zeker drie uitnodigingen per dag om ergens te spreken of een voorwoord te schrijven”, vertelt Terlouw. Hij droeg zijn essay op aan zijn vorig jaar overleden vrouw Alexandra, de grote liefde in zijn leven met wie hij al sinds hun studententijd samen was. Het verdriet heeft de 86-jarige nestor niet afgeremd in zijn streven naar een duurzame samenleving.

De natuur

Voor deze Boekenweek wilde hij een breed, toegankelijk essay schrijven. Dat is meer dan gelukt. Jan Terlouw schrijft met passie over de schoonheid van de natuur en met grote kennis van zaken over de gevaren die de natuur – en dus ook ons – bedreigen. Als wetenschapper, Terlouw is fysicus, legt hij glashelder uit dat we de technologische kennis hebben om het tij te keren. Alleen: we doén het niet.

Waarom doen we niet wat nodig is om de opwarming van de aarde tegen te gaan?
“Daar zijn een paar redenen voor, denk ik”, zegt Jan Terlouw als we plaatsgenomen hebben in de woonkamer van het fraaie koetsierhuis in Twello. “We zijn werkelijk overrompeld door de technologische ontwikkelingen de laatste vijftig jaar. En de emotionele ontwikkeling van de mensheid gaat heel langzaam. Mensen hebben geen langetermijn-gen en denken niet over een periode van dertig jaar maar vooral over ‘nu’. Daardoor ontstaat een onbalans. Een ander belangrijk ding is dat het kapitaal steeds meer regeert. En het kapitaal wil niks veranderen want de superrijken verdienen waanzinnig veel geld.”

En ze krijgen steeds meer macht. Kan de politiek dat aan?
“Dat is het gevaar. Geld is macht. En mensen geloven niet meer zo erg in politici. Dat zit natuurlijk in de politici zelf. Vertrouwen moet je waard zijn. Bijvoorbeeld door uit te stralen dat je het publieke belang dient: een geordende samenleving waarin zwakken beschermd worden. Ik hoor veel minder dan vroeger de discussie over wat rechtvaardig is. Vanuit welke idealen doe ik dit? Dát moeten de mensen horen. Ik vind dat politici vooral managers zijn geworden, probleemoplossers. Een cadeautje van 1,4 miljard aan die aandeelhouders. Omdat ze anders weglopen, zegt Rutte. Dan lopen ze maar weg! Valt trouwens reuze mee, hoor. Er zijn zoveel andere dingen die dat bepalen. Maar de politiek gaat erin mee. Moet je niet doen. Aandeelhouders zouden sowieso geen beleidsinvloed moeten hebben. Weg met die invloed van het geld.”

U schrijft: voor mensen die robotjes laten graven op Mars is het een peulenschil om veilige klimaatneutrale zonne-energie te benutten. Waarom krijgt dat geen prioriteit?
“De politiek moet durven. Na de Parijse akkoorden hadden de ministers Shell en Esso om de tafel kunnen roepen en zeggen: hebben jullie gehoord wat wij namens de burgers hebben afgesproken? Vanuit de bevoegdheid die wij van de burgers hebben gekregen? Jullie gaan volgend jaar van al je investeringen 20 procent in duurzaam steken. Het jaar erna 30 procent. Van wie niet meedoet nemen we geen olie meer af. Het zijn ondernemers, dus wat zeggen ze dan? We concurreren op duurzaam! Had gekúnd. Maar het is niet gedaan. Geen durf. Het helpt als de bevolking zou gaan aandringen. Bijvoorbeeld door te stemmen op de groenste kandidaat van de partij van hun keuze.”

Waar put u hoop uit?
“Ik heb veel vertrouwen in de jeugd gekregen. Er is nu een generatie van veertigers en vijftigers die zijn opgegroeid tijdens de wederopbouw en gewend zijn dat alles alleen maar steeds beter gaat. Maar de jeugd kijkt er anders tegenaan. Jongeren hebben een ander wereldbeeld en het gaat over hún toekomst. Ik heb hier voorzitters uitgenodigd van tien politieke jongerenpartijen. Allemaal waren ze het er moeiteloos over eens dat het anders moest en ze hebben een manifest opgesteld dat er niet om liegt.

Hoe komt het dat uw denken meer aansluit bij jongeren dan bij vijftigers?
“Ik ben opgegroeid in de oorlog, dus mijn eerste wereldbeeld was niet florissant. Een wereld waarin mensen elkaar van alles aandoen en de overheid je vijand is. Ik heb de mooie tijd ook meegemaakt, maar mijn wereldbeeld berust nog op mijn kindertijd. Misschien zie ik daarom de problemen wat scherper.”

De politiek moet durven, zegt u. Hoeveel lef had u indertijd nodig om de opmerkelijke carrièreswitch te maken van topwetenschapper naar politicus en schrijver?
“Toen ik me in 1958 met kernfusie ging bezighouden was de verwachting dat beheerste kernfusie dertig jaar later gelukt zou zijn. Dertien jaar later, ik was toen 38, was die verwachting nog steeds dertig jaar. Dat begon een beetje ontmoedigend te worden. Daarnaast had ik een heel brede belangstelling en was dit zó specialistisch dat maar een paar mensen in de wereld ermee bezig waren. Ik dacht: voor twee dingen vragen ze nooit een diploma: politiek en schrijven. Ik was geïnteresseerd in de politiek en er werd net een goeie partij opgericht. En mijn vrouw riep al jaren dat ik de verhalen die ik aan onze kinderen vertelde moest opschrijven. Daar gaat er weer een het raam uit, zei ze dan. Schrijf op! Tot mijn verrassing heeft dat allebei tot iets geleid.”

Was er ook lef voor nodig om het geloof van uw ouders los te laten?
“Mijn vader was dominee van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk. Ik kom uit zware kringen. Maar ik mocht altijd alles zeggen en vragen en daar ben ik mijn vader altijd heel dankbaar voor geweest. Als ik het als adolescent had over de Holocaust in relatie tot de Almachtige God dan zei hij: het zijn de vragen waar we allemaal mee zitten. Ik ben agnost geworden. Mijn vader heeft het zien gebeuren en hij heeft me nooit een strobreed in de weg gelegd.”

Uw boodschap heeft alles te maken met goed rentmeesterschap. Bent u toch niet een beetje in uw vaders voetsporen getreden?
“Ik ben wel een beetje een prediker, ja. Een moralist ook. Dat kan ik niet ontkennen. In al mijn boeken zitten morele boodschappen. Alleen… Is moraliteit niet de essentie van het mens-zijn?”

Het is al donker als we nog even langs de stal lopen, waar vandaag twee van de drie koeien gekalfd hebben. Jan Terlouw controleert het kalfje dat vanochtend wat sloom was. ‘Het komt goed’, is zijn conclusie. En dat andere, komt dat ook goed? vraag ik. “Het kán”, is het antwoord. “Het is niet eens moeilijk en het gaat niet eens veel welvaart kosten. We moeten het alleen even doen. Dát wil ik uitdragen.”

Het programma Jan Terlouw: Het is zo simpel heeft het boekenweekessay als rode draad.

Jan Terlouw: Het is zo simpel, dinsdag - 20.35 uur • NPO 2 

Reageren