Irene van de Laar trekt in Race across the world met haar zoon Vince door Azië. De reis heeft haar veel gebracht: ‘Dit was in het mooiste avontuur dat we konden hebben.’
“Ik was fan van het eerste seizoen. De combinatie van spelelementen, de vrije manier van reizen en de dynamiek tussen de koppels vind ik geweldig. Dus toen de producent me benaderde, heb ik niet eens getwijfeld. Ik dacht ook meteen aan mijn zoon Vince als reispartner. Hij zat in een tussenjaar en had tijd, maar hij had geen enkele ambitie om in de media te komen. Dus het was nogal wat dat hij ineens twee maanden met zijn moeder en een cameraploeg op pad ging. Maar nadat hij wat had teruggekeken, was hij overtuigd.”
“We konden ons niet echt voorbereiden. Vooraf wisten we alleen het startpunt, verder hadden we geen idee wat ons te wachten stond. Wel hadden we afgesproken direct het vliegtuig naar huis te pakken als we onderweg ruzie zouden krijgen. Natuurlijk waren we weleens vermoeid en prikkelbaar, maar het ging goed tussen ons. Vince maakt zich niet zo snel druk, terwijl ik een stuk temperamentvoller kan zijn. Door die balans trokken we elkaar door moeilijke momenten heen.”
“Het gebrek aan controle. Ik kon me vreselijk opwinden als de trein die we wilden halen weer eens niet ging. Toch was Race across the world in alle opzichten het mooiste avontuur dat we hadden kunnen hebben. Het is veel meer dan een televisieprogramma, ik heb mijn kind én mezelf beter leren kennen. Zonder alle afleidingen van thuis hebben we veel met elkaar gepraat en gedeeld. Hoe heftig het soms ook was, meedoen heeft mijn leven verrijkt.”