Ewout Genemans loopt in Bureau Groningen mee met Groningse politieagenten. In de jaren dat hij reportageseries maakt, zag hij veel gruwelijks. ‘Ik keek vaak weg bij nare dingen, maar dat werkt averechts.’
“Ik verbaasde me vooral over de hoeveelheid meldingen. De politie heeft het druk met drugsvondsten, ernstige verkeersongelukken, mensen die zich misdragen tegen agenten. Berichten daarover dringen niet zo door tot de Randstadse bubbel.”
“In de eerste aflevering zit een melding van een lichaam in de gracht. Het is lang onduidelijk hoelang deze persoon al in het water ligt. Is dat pas kort en kan de politie dus een leven redden? Of is het al te laat en moeten agenten sporen in veiligheid brengen? We willen de agenten die we volgen beter leren kennen. Dat werkt het best bij dit soort meldingen, waarbij ze echt aan de bak moeten.”
“De jacht op een nepagent. Oplichters doen zich voor als de politie en bellen aan bij oude mensen. Die halen ze over waardevolle spullen af te geven om ze zogenaamd in veiligheid te brengen. Dat doen ze heel gewiekst, met gladde praatjes en nagemaakte pasjes. Het is lastig om ze te pakken, ze zijn de politie vaak te slim af. In een van de afleveringen horen de agenten via de porto dat er zo’n nepagent actief is.”
Tekst: Maarten van der Meer