Partnerbijdrage
27 augustus 2026
Fotocredit:

De strijd om sportrechten: hoe streamingdiensten de televisie langzaam vervangen

Probeer dat nu eens uit te leggen aan iemand van twintig. Studio Sport bestaat in die vorm niet meer. De Eredivisie zit bij ESPN. De Champions League zit deels bij Ziggo, deels bij een streamingdienst. De Formule 1 zat bij Ziggo, ging naar Viaplay, Viaplay ging bijna failliet, en nu zit het weer ergens anders. De Premier League zit deels bij ESPN, deels bij Viaplay. En als je op zondag alle voetbalsamenvattingen wilt zien, heb je twee abonnementen nodig in plaats van één afstandsbediening. Welkom in de sport op televisie anno 2026.

Hoe streamingdiensten de markt binnenkwamen

Het begon met DAZN. De streamingdienst die zichzelf presenteerde als de Netflix van sport. Geen kabelpakket nodig, geen decoder, gewoon een app op je telefoon of je smart-tv. DAZN kocht rechten in Duitsland, Italië, Spanje en Japan en bewees dat er een markt was voor sport via streaming. Amazon volgde met de Premier League op Prime Video. Apple kocht rechten op de MLS in de VS. En Netflix, dat jarenlang beweerde geen interesse in sport te hebben, begon met bokspartijen (Tyson vs Paul), Formule 1-achtige documentaires en uiteindelijk live sportevenementen.

In Nederland was de komst van Viaplay het meest voelbare moment. De Scandinavische streamingdienst kocht de rechten op de Formule 1, de Premier League en de Bundesliga en dwong miljoenen sportfans om een nieuw abonnement af te sluiten. Het probleem was dat Viaplay het niet kon bolwerken. De techniek haperde, de prijs was hoog, het klantenbestand groeide niet snel genoeg en het bedrijf raakte in financiële problemen. Het was het bewijs dat sportrechten kopen één ding is. Er een werkend businessmodel van maken is iets heel anders.

Fragmentatie: de kijker betaalt de rekening

En hier zit het echte probleem. Vroeger betaalde je voor een kabelpakket en je had alles. Nu betaal je voor ESPN, voor Ziggo Sport, voor een streamingdienst en misschien nog voor een buitenlandse optie als je ook de Serie A of La Liga wilt kijken. Tel dat bij elkaar op en je bent al snel vijftig tot zeventig euro per maand kwijt aan sport op televisie.

De fragmentatie raakt niet alleen de portemonnee. Het raakt ook de beleving. Als je niet weet op welke zender of app een wedstrijd wordt uitgezonden, als je drie keer moet inloggen voordat je het juiste scherm vindt, als de stream halverwege hapert en je het doelpunt mist dat iedereen op X al bespreekt: dan is de kijkervaring niet beter geworden door streaming. Dan is die slechter geworden. Ondanks de technologie.

Waarom techbedrijven sport willen

De reden dat Amazon, Apple en Netflix in sport investeren is niet ingewikkeld: sport is het enige content dat je live moet kijken. Een serie kun je morgen kijken. Een film kun je volgende week kijken. Maar een wedstrijd van Ajax in de Champions League kijk je nu, of je kijkt het niet. Die urgentie is goud waard in een markt waarin alles on-demand is. Sport dwingt mensen om op een vast moment in te schakelen, en dat is precies wat adverteerders willen en wat abonnementen rechtvaardigt.

Daarnaast brengt sport data mee. Miljoenen kijkers die tegelijkertijd inloggen, die je kunt targeten met advertenties, die je kunt doorsturen naar andere content op hetzelfde platform. Amazon verkoopt je na de wedstrijd een voetbalshirt. Apple laat je na de MLS-wedstrijd een playlist horen. Het is een ecosysteem, en sport is de motor die het aandrijft.

Wat er overblijft voor de traditionele tv

De traditionele zender verliest terrein, maar is niet verdwenen. De NOS zendt nog steeds het WK uit, het EK, de Olympische Spelen. De grote toernooien waarvan de rechten zo duur zijn dat alleen een publieke omroep ze kan betalen, of waarvoor de overheid eist dat ze vrij toegankelijk blijven. Maar de competitierechten, de rechten die wekelijks geld opleveren, die verschuiven richting streaming.

Het resultaat is een markt waarin de kijker steeds meer zelf moet regelen. Zelf uitzoeken waar een wedstrijd wordt uitgezonden. Zelf kiezen welke abonnementen de moeite waard zijn. Zelf beslissen of je zeventig euro per maand uitgeeft aan sport of dat je het op een andere manier volgt. Ook bookmakers zoals VBET spelen een rol in de digitale sportbeleving, bijvoorbeeld met live wedstrijdinformatie en actuele ontwikkelingen tijdens een duel. Kortom de tijden van één afstandsbediening en één zender zijn voorbij. Wat ervoor in de plaats komt is beter in kwaliteit maar slechter in overzicht. En of dat een goede ruil is, hangt af van wat je bereid bent te betalen.

De toekomst is duurder, maar niet per se beter

Over vijf jaar ziet het sportlandschap op televisie er weer anders uit. Contracten verlopen, rechten verschuiven, streamingdiensten gaan failliet of worden opgekocht. Wat niet verandert is dat de kijker uiteindelijk de rekening betaalt. Of dat via een kabelpakket is, via drie losse abonnementen of via een alles-in-één bundel die nog niet bestaat: sport kijken kost geld. Meer geld dan tien jaar geleden. En de enige vraag die ertoe doet is of je er genoeg voor terugkrijgt. Mijn vader zou zeggen: geef mij Studio Sport maar terug. En eerlijk gezegd snap ik hem wel.

Back to top