Marianne Timmer grapt weleens dat ze eerder kon schaatsen dan lopen. Met drie keer olympisch goud is de oud-sprinter een van de succesvolste Nederlandse schaatsers aller tijden. En dat terwijl ze naar eigen zeggen in haar beginjaren veel te wild was. “Ik wilde zo graag winnen dat ik mijn armen te woest bewoog. Daardoor viel ik vaak. Een coach leerde me rustig te blijven en aan mijn techniek te denken. Dat was moeilijk, omdat ik altijd vol gas wilde. Om goed te presteren, heb je beide nodig: techniek en de wil om te winnen. Je moet die energie gecontroleerd op het ijs krijgen.”
In De Reünie haal je met andere schaatsers herinneringen op aan de Olympische Winterspelen. Wat weet je nog van jouw eerste deelname, in 1998 in Nagano?
“Ik vond het fantastisch. De Olympische Spelen vinden maar eens in de vier jaar plaats. Het is zo’n groots evenement: met het olympisch dorp, al die andere sporters, veel media. Als dertienjarig meisje zag ik Yvonne van Gennip drie keer goud winnen in Calgary. Ik wilde net als zij zijn. Naar Nagano leefde ik extra intensief toe, omdat ik eigenlijk vier jaar eerder in Hamar al had moeten starten: ik had de limieten gereden, was officieel geplaatst. Op het laatste moment besloot de schaatsbond dat ik niet mee zou gaan. Dat is me niet eens in een persoonlijk gesprek verteld: ik zat bij mijn ouders op de bank toen ik het op tv zag.”
Hoe voelde dat?
“Als een mokerslag. Ik vond het verschrikkelijk.”
Heb je toen gevloekt of met dingen gegooid?
“Nu maak je het te dramatisch. Ik was aangeslagen, het voelde alsof me onrecht werd aangedaan. Tegelijkertijd gaf het me extra motivatie: ik moest nóg beter worden. Zo goed dat de bond voor de Spelen in Nagano echt niet meer om me heen zou kunnen.”
Verraste je jezelf daar met goud?
“Zeker. Ik was niet de favoriet, maar alle puzzelstukjes vielen op de juiste plek. Die ritten waren perfect en voelden van begin tot eind heerlijk. Elke klap was raak en voelde goed. Ik won daar goud op de 1000 en 1500 meter in ideale races. Die herinner ik me van begin tot eind; ik was compleet gefocust en hoorde het publiek op de tribunes totaal niet. Op die momenten zat ik helemaal in mijn eigen kokertje. Dat is voor een schaatser het mooiste wat er is.”
Lees hier alles over de Olympische Winterspelen 2026
In Turijn pakte je opnieuw goud op de 1000 meter. Op precies dezelfde dag als acht jaar eerder.
“19 februari.”
Een bijzondere datum…
“Op 19 februari 1994 is mijn goede vriendin Renske Vellinga overleden. Ze was onderweg om haar schaatsen te laten slijpen toen haar auto van de weg raakte en ze tegen een boom botste. Renske was meer dan een schaatsvriendin: we zijn samen opgegroeid. Vanaf ons dertiende schaatsten we samen, in onze vrije tijd gingen we samen uit en we logeerden vaak bij elkaar. Ik heb haar thuis in haar slaapkamer bezocht, waar ze opgebaard lag. Dat was heel onwerkelijk. Vier jaar en twaalf jaar na haar dood won ik precies op haar sterfdag olympisch goud. Dat is bijna te toevallig.”
Bijna?
“Dat kwartje is pas later gevallen. Nu zie ik het als iets heel moois. Uiteindelijk was Renske er die keren bij, daar geloof ik in. Laat ik het zo zeggen: als mensen kunnen helpen van bovenaf, dan heeft zij me zeker een duwtje gegeven.”
Welke van die drie gouden medailles is je favoriet?
“Ze zijn me alle drie even lief. Je vraagt een moeder toch ook niet te kiezen tussen haar kinderen? Dat kan gewoon niet.”
Tijdens je gouden 1500 meter in 1998 sprak commentator Frank Snoeks de inmiddels legendarische woorden ‘Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?’ Hoe kijk je terug op dat moment?
“Het is bij veel mensen blijven hangen. Ik hoor het nog regelmatig; nog steeds noemen mensen me weleens ‘Timmertje’. Dat vind ik mooi, want het is verbonden met een positief moment.”
Hoe heb je je overwinningen gevierd?
“Ik ben in het Holland Huis geweest, heb een slokje genomen en geproost. Maar ik ben niet totaal uit mijn dak gegaan. Dat was een bewuste keuze. Er zijn sporters die dat wel doen, die de controle verliezen en dronken over straat zwalken. Dat wilde ik niet: topsporters worden voortdurend in de gaten gehouden en zo’n verhaal zou mijn prestaties overschaduwen.”
Je bent in 2010 gestopt. Hoe vond je een nieuw doel?
“Mijn doel was altijd: beter worden in schaatsen. Nu moest ik iets nieuws vinden. Dat viel niet mee. Hoe het me uiteindelijk lukte? Ik heb op alles wat voorbijkwam ‘ja’ gezegd. Voor ik het wist, zat ik in allerlei commissies. Soms moest ik zelfs googelen waar het over ging. Op die manier heb ik langzamerhand ontdekt wat er bij me paste en wat juist niet. Ik geef nu lezingen, ben bezig met een sportdrankje en doe voor de website Sportnieuws.nl verslag van het schaatsen. Daarvoor ga ik ook naar Milaan. Dat zijn de dingen die me energie geven, de dingen die zijn overgebleven.”
De Olympische Winterspelen vinden plaats van vrijdag 6 februari t/m zondag 22 februari 2026. Via deze pagina blijf je op de hoogte.