Interview

Jamai Loman zal Maestro nooit vergeten: 'Het gevoel neem ik voor de rest van mijn leven mee'

Vandaag 10:00 | sterren | Door Richard Roosenboom

© Elvin Boer
Dirigeren lijkt zo makkelijk: wat met dat stokje zwaaien en dan komt er vanzelf muziek uit het orkest. Maestro-deelnemer Jamai Loman en zijn coach Rolf Verbeek weten beter. ‘Dirigent is een gek vak’.

“Dirigeren is dansen met je handen”, zegt Rolf Verbeek. Hij werd al jong gegrepen door de magie van de baton. Stiekem stond hij als jochie met de breinaald van zijn moeder te zwaaien bij de radio. Inmiddels is hij professioneel dirigent, onder meer voor het Nederlands Philharmonisch Orkest, en probeert hij in dit achtste seizoen van Maestro zijn vaardigheden over te brengen op de deelnemende BN’ers.

Een ingewikkelde klus. “Dirigent is een gek vak. Je hebt kennis van muziek nodig, je moet overzicht kunnen houden en ook communicatieve vaardigheden zijn belangrijk.” Het is een flinke klus om dit allemaal onder de knie te krijgen, al hebben sommige deelnemers de mazzel dat ze iets van nature al kunnen. “Als Jamai Loman op de bok staat, trekt hij als vanzelf alle aandacht naar zich toe. Dat is een bijzondere gave.”

Jamai Loman

Dat was in de eerste aflevering van dit seizoen meteen te merken toen Jamai kijkers en jury versteld deed staan met een strak geleide ‘Guillaume Tell ouverture’ van Gioachino Rossini. En dat was nog zonder coaching ook. Jamai: “Ik dacht: als ik gewoon de maat blijf slaan, kom ik vanzelf aan in de haven. Dat dat meteen zo goed zou gaan, had ik zelf ook niet verwacht.”

Toch was er tijdens de coachingsessies nog meer dan genoeg te leren voor Jamai, vertelt Verbeek. “Hij doet heel veel dingen heel goed, maar hij kan nog leren meer rust uit te stralen. Als je gespannen voor het orkest staat, kan dat overslaan op de musici.”

Maestro

Voor Jamai vliegen Verbeeks dirigeerlessen voorbij. “Voor mijn gevoel duurt zo’n sessie een minuut of tien, maar meestal zijn we zo’n drie kwartier bezig. We oefenen op de houding, de maatvoering en contact maken met de musici.”

Het belangrijkste leeraspect ligt misschien wel op het mentale vlak. “Ik leer dat je op de bok een uitvergroting bent van je eigen persoonlijkheid. Ik maak bijvoorbeeld soms te grote bewegingen. Dat heeft puur te maken met mijn eigen onzekerheid: op die manier probeer ik zekerheid te krijgen dat ze me volgen. Terwijl dat helemaal niet nodig is. Voor een dirigent geldt: less is more.”

Rolf Verbeek

Of zijn leerlingen nu bezig zijn met dit soort mentale aspecten van het dirigeren of met de basisvaardigheden, Verbeek heeft respect voor ze. “Muziek is van oorsprong iets heel simpels, een zingend en dansend kind. Sinds een jaar of duizend proberen mensen muziek door te geven aan volgende generaties. Daar horen veel regels bij, en die zijn heel complex. De kandidaten in Maestro moeten het orkest anderhalve minuut lang laten musiceren. Dat kun je vergelijken met in anderhalve minuut proberen iemand te versieren in een taal die je nauwelijks spreekt.”

Hij is dan ook niet verbaasd dat het af en toe helemaal misgaat. Dat ziet hij dan met lede ogen aan. “De deelnemers zijn toch een beetje mijn kindjes. Soms zie ik een ontzettend aardige kandidaat echt worstelen met een stuk. Dan denk ik: alsjeblieft lieve musici, werk een beetje mee.” Want als een stuk eenmaal ontspoort, dan is het lastig bijsturen. “Een orkest is wat dat betreft een soort olietanker. Als die meer naar links of naar rechts moet, duurt het ook een tijd voordat hij weer de goede kant op gaat.”

Terugblik

Want zo goed als een echte dirigent, dat is Jamai bij lange na nog niet. “Dat is toch heel iets anders dan Maestro. Als je mij Symfonie nr. 5 van Beethoven laat dirigeren en je laat daarna Jaap van Zweden hetzelfde doen, dan hoor je toch echt een groot verschil. Bovendien staat hij anderhalf uur voor een orkest. Ik vind die twee minuten in Maestro al heel wat.”

Hoe ver hij uiteindelijk ook in Maestro komt, Jamai kijkt met ontzettend veel plezier terug op zijn deelname. Hij verwacht er zelfs iets aan te hebben als hij weer als zanger op een podium staat. “Ik weet nu bijvoorbeeld nog beter dat ik een orkest volledig kan vertrouwen. Als ik de musici volg, dan kan ik er nooit naast zitten.”

Alleen daarom al zou hij zijn collega’s uit de muziekwereld van harte aanraden om ook te leren dirigeren. En natuurlijk ook omdat het een bijzondere ervaring is. “Als ik voor een orkest sta, ben ik helemaal niet bezig met de competitie. Het is echt fantastisch om te doen. Het Maestro-gevoel neem ik voor de rest van mijn leven mee.”

Maestro is iedere zondag om 20:25 uur te zien bij AVROTROS op NPO 1.

Meer over