Groeten uit 19xx

Bibian Mentel over topsport en ziekte

Eind vorig jaar stopte snowboardkampioen Bibian Mentel officieel met topsport. Ook werd bekend dat ze voor de tiende keer kanker heeft. In Groeten uit 19xx gaat ze met haar gezin terug in de tijd, naar het onbezorgde jaar 1983.

Tekst: Ernest Marx

Hoe zag jouw leven eruit in 1983?

"Ik woonde in Loosdrecht met mijn vader en moeder en onze grote hond. Wij waren net verhuisd van een normaal huis naar een tjalk, zo’n grote boot, waarop mijn moeder nu nog steeds woont. Het was daar heerlijk. Ik had veel vriendinnetjes en speelde continu buiten. Ik was veel met sport bezig: hockey, turnen, paardrijden en ik skiede al vanaf mijn derde. Snowboarden kwam pas veel later. Ik kijk terug op een ontzettend gelukkige en onbezorgde jeugd."

Weet je nog wat je destijds van het leven verwachtte?

"Ik dacht toen nooit: later als ik groot ben wil ik dát bereiken. Ik heb altijd in het hier en nu geleefd. Pluk de dag! Zo zat ik als kind al in elkaar. Het grappige is dat snowboarden volledig op die levensinstelling aansluit. Het is meer dan alleen een sport. Het is een lifestyle die staat voor een gevoel van vrijheid door te leven in het moment. Ik was al 21 toen ik voor het eerst snowboardde. Daar werd ik zo door gegrepen dat ik thuis zei: ‘Ik wil een jaar naar de bergen.’

Ik studeerde op dat moment rechten en kon vrij goed leren. Mijn moeder zei: ‘Maar lieverd, kun je dat niet beter na je studie doen?’ Ik ben toch vol voor het snowboarden gegaan. Ik wilde groeien, leren, elke dag iets beter worden. Binnen een paar jaar vond ik aansluiting bij de wereldtop. Maar wat me dus als eerst in die sport aansprak was die levensinstelling: carpe diem!"

Hoeveel baat had je bij die instelling toen je in 2000 ziek werd?

"Ik weet het nog precies. De arts zei: ‘Bibian, het spijt me, maar je hebt botkanker.’ En mijn eerste natuurlijke reactie was: ‘Maar ik ben bezig me te kwalificeren voor de Olympische Spelen in Salt Lake City, dus het komt nu echt helemaal niet uit.’ Ik was er totaal niet mee bezig dat ik eventueel dood kon gaan aan kanker. Alleen het hier en nu telde voor mij.

Pas jaren later zag ik echt de ernst van die ziekte in, toen ik in 2003 mijn eerste longoperatie had. Tweeënhalf jaar daarvoor was mijn onderbeen al geamputeerd. Natuurlijk was dat ook een ontzettend heftig en verschrikkelijk moment. Maar al gauw kon ik toen de knop omzetten en dankzij een prothese kon ik me weer storten op mijn grote passie. Maar bij die eerste longoperatie dacht ik: een been kun je nog amputeren, maar die longen heb ik toch wel echt nodig om te kunnen ademen."

Daarna is de ziekte meerdere malen teruggekomen. Je hebt eens gezegd dat je hebt geleerd om slecht nieuws te parkeren.

"Met slecht nieuws moet je natuurlijk eerst dealen. Dat is nu eenmaal zo. Maar verder kun je er op dat moment niks aan veranderen. Ik heb op dit moment ook weer uitzaaiingen. De kanker is terug. De tiende keer. Dit weet ik eigenlijk al een jaar. Enkele weken voor de Paralympische Spelen van 2018 in Pyeongchang was ik nog geopereerd aan een nektumor. Ik was gelukkig net op tijd hersteld.

Maar drie dagen voordat we naar de spelen zouden vertrekken, belde mijn arts. Hij had toch weer nieuwe plekjes op mijn longen gezien. Natuurlijk was dat een tegenslag. Door dat nieuws had ik enorm in zak en as kunnen gaan zitten. Maar wat zou dat op dat moment aan de situatie veranderd hebben? Dus ik heb dat volledig geparkeerd en ben vol voor die spelen gegaan."

Je bent vorig jaar officieel gestopt met topsport. Hoe bevalt dat?

"Heerlijk. Voorheen was ik in de winterperiode altijd twee weken per maand weg. Maar mijn gezin is het allerbelangrijkste in mijn leven en wetende dat ik nu toch weer kankercellen in mijn lichaam heb… Mijn zoon is net zestien en gaat over enkele jaren hoogstwaarschijnlijk studeren en het huis uit. Ik wil deze jaren nog zoveel mogelijk van hem genieten en er als moeder voor hem zijn. Edwin en ik hebben er in de zomer goed over nagedacht. Hij heeft toen mijn medailles geteld. Het zijn er 128 waarvan zeven keer wereldkampioen en drie keer paralympisch kampioen. Ik vroeg me af: zou ik nou extra gelukkig worden van medaille nummer 129?

Ik hou me nu vooral ook bezig met het helpen van anderen. Mijn man en ik hebben een eigen stichting, de Mentelity Foundation. Daarmee stimuleren we kinderen en mensen met een lichamelijke uitdaging om lekker te sporten. We willen ze vooral leren denken in mogelijkheden in plaats van te focussen op hun beperkingen. Ik doet dat met veel liefde. Ik merk ook dat ik veel energie krijg van het helpen van andere mensen."

Jouw man zei onlangs in een interview: ‘Bibian is al gelukkig als ze een eekhoorntje in de tuin ziet huppelen.’

“Eigenlijk wel ja. Dat zit van jongs af aan heel erg in me. Dat is misschien alleen nog maar sterker geworden door alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt. Ik woon nog steeds in Loosdrecht, net als in 1983, maar nu echt in een bos. Als we de gordijnen openslaan zien we praktisch elke ochtend wel eekhoorntjes door de boom lopen en daar word ik al gelukkig van. Ik kan ook oprecht genieten van de zon die straalt. Ik vind het leven gewoon veel te mooi en ik ben nog lang niet bereid om dat op te geven."

Groeten uit 19xx | donderdag | RTL 4 | 20.30

Meer over:

Reageren