Na 26 jaar

Frans Leidelmeijer neemt afscheid van Tussen Kunst en Kitsch

Frans Leidelmeijer neemt afscheid van Tussen Kunst en Kitsch

Na 26 jaar stopt Frans ­Leidelmeijer (74) als expert van Tussen kunst en kitsch. Woensdag is zijn laatste uitzending. “Ik durf wel te zeggen dat ik Nederlandse art nouveau en art deco zowel nationaal als internationaal een plaats heb gegeven.” 

Ik word 75 volgend jaar, een mooi moment om ­afscheid te nemen en het stokje aan een nieuwe generatie over te dragen”, vertelt Frans Leidelmeijer in zijn Amsterdamse appartement. Toch was het een vreemde gewaarwording, die laatste opnamedag afgelopen mei in Oostende. “Ik hoopte natuurlijk wel dat er een bijzonder voorwerp langs zou komen dat ik aan tafel bij Frits (Sissing) kon laten zien. Gelukkig ­gebeurde dat: een tafeltje van de Italiaanse ontwerper Carlo Bugatti. Nadat ik daar wat over had verteld, maakte Frits bekend dat het mijn laatste uitzending was. Iedereen in het publiek reageerde vol ongeloof.

Bos bloemen

Ik kreeg een bos bloemen en heb voor de camera een dankwoord uitgesproken. ’s Avonds hebben we met de hele ploeg gedineerd. Daarna was er een dj en hebben we heerlijk gedanst. Tussendoor waren er afscheidsspeeches en hilarische sketches. Ja, m’n collega’s en de AVRO hebben echt hun best gedaan. Het was een mooi afscheid.”

Een begrip in de kunstwereld

Met het vertrek van Leidelmeijer – zijn opvolger is Rob Driessen – verliest  Tussen kunst en kitsch een begrip ­binnen de Nederlandse kunstwereld. De in Indonesië ­geboren kunsthandelaar begon zijn carrière in 1971, toen hij samen met zijn (in 1989 overleden) partner Daan van der Clingel aan de Amsterdamse Spiegelgracht een winkel met speelgoed en buitenlandse art nouveau- en art deco-kunstvoorwerpen opende. “Objecten uit die stijl­perioden werden destijds door de burgerij verguisd, ­omdat ze als kitsch werden gezien. Maar ik hoorde tot de groep mensen die ze prachtig vond, juist daarom. Daardoor had je het gevoel dat je tot de avant garde ­behoorde en een ­betere smaak had dan al die doorsnee mensen, die het traditionele antiek mooi vonden. Bovendien kon je die voorwerpen voor weinig geld op rommelmarkten en in tweedehandswinkels kopen. Dat was voor mij ook de kick. Maar belangrijker nog: de stilering van vooral de jugendstil sprak mij enorm aan.”

Lintje

Als kunsthandelaar reisde Leidelmeijer de wereld rond om Nederlandse art nouveau en art deco aan de man te brengen. Hij stond op (internationale) kunstbeurzen en verkocht voorwerpen aan musea als het Centre Pompidou in Parijs, het Londense Victoria & Albert Museum en diverse Amerikaanse musea. Toen in 1996 zijn winkel 25 jaar bestond, mocht hij in het Stedelijk Museum stijlkamers inrichten met meubels en voorwerpen uit de ­periode 1900-1940. “Zonder twijfel een van de hoogtepunten uit mijn carrière.” Leidelmeijer was, zo is wel ­gebleken, zijn tijd ver vooruit. “Meubels en voorwerpen waar deftige mensen veertig jaar geleden hun neus voor ophaalden, brengen tegenwoordig tienduizenden euro’s op. Ja, ik durf wel te zeggen dat ik Nederlandse art nouveau en art deco zowel nationaal als internationaal een plaats heb gegeven.” Voor die verdiensten kreeg hij in 1998 een lintje. “Een enorme eer.”

Cees van Drongelen

De toenemende populariteit van de Nederlandse toeg­epaste kunst bracht Leidelmeijer in 1990 bij Tussen kunst en kitsch. “De redactie kreeg steeds vaker brieven van kijkers met het verzoek om een expert op het gebied van art nouveau en art deco, want dat werd nooit behandeld. De toenmalige presentator Cees van Drongelen is bij de experts gaan polsen of zij iemand wisten, waarop zij massaal mijn naam riepen. Voordat mijn partner aan een ongeneeslijke ziekte overleed, zei hij: ‘Als Tussen kunst en kitsch je vraagt, doe je het wel hè.’ Dus ik heb na enig aarzelen ja gezegd.” Bloednerveus was hij die eerste opnamedag. “Ik had van tevoren natuurlijk wel veel naar het programma gekeken en uitgebreid bestudeerd hoe die experts het deden. Ik werd meteen voor de leeuwen gegooid. Na afloop zei Cees tegen mij: ‘Veel blijven ­oefenen, dan komt het vanzelf goed.’ Het heeft een jaar geduurd voordat ik er op mijn gemak zat, al is er altijd wel een zekere spanning gebleven.”

Ondeugende dingen

Hij vond het best inspannend, die opnamedagen. “Van elf tot vijf uur ’s middags zit je aan je desk, zonder onderbrekingen. Bij mij stonden er vaak lange rijen, ook omdat ik affiches en speelgoed erbij deed. Op een gegeven moment werd het zo druk, dat ik om een assistent heb gevraagd.” Soms was het ook afzien. “Stond er weer iemand bij je met een doosje dominostenen die niet van ivoor bleken te zijn. Maar als er dan ineens een juweeltje uit een plastic tasje tevoorschijn kwam, was mijn dag weer goed. Ik werd ook vaak een beetje melig aan het eind van de middag, waardoor ik wel eens ondeugende dingen tegen de bezoekers zei. Mijn assistent schopte me dan tegen m’n benen, maar die mensen reageerden altijd positief.”

Rietveld

Terugkijkend zijn het vooral de waardevolle vondsten die hem het meest zijn bijgebleven, met als absoluut hoogtepunt in 2001 de wereldberoemde stokkenstoel van Rietveld. “De eigenares had het voor 25 gulden op een rommelmarkt gekocht. Het was zwaar mishandeld: de stoel was helemaal zwart geverfd en dertig centimeter ingekort. Maar ik herkende er meteen het Rietveld-icoon in. Na renovatie bleek het 63.500 euro waard.”

Tussen kunst en kitsch missen

Door het programma werd Frans een bekende verschijning. “Ik word regelmatig aangesproken én aangestaard. Ik vind het juist leuk als ik word herkend, want het is toch een bevestiging van je populariteit. Bovendien krijg ik altijd positieve reacties. Vooral dames van rond de vijftig en zestig zijn zeer van mij gecharmeerd. Die vertellen me dat ze me de leukste expert vinden en dat ik het goed doe. Het mooiste compliment is als mensen zeggen: ‘Ik vond jugendstil spuuglelijk, maar door u ben ik het gaan waarderen.’ Daar doe je het toch voor. Natuurlijk zal hij Tussen kunst en kitsch best gaan missen. “Maar het ­leven gaat verder en het was maar een facet in mijn ­leven. Zo heb ik net een essay geschreven voor de catalogus van The Wolfsonian Museum in Miami, sinds 1966 een vaste klant, dat in november een tentoonstelling ­organiseert met Nederlandse toegepaste kunst. Er valt nog genoeg te doen.” •

Tussen kunst en kitsch | woensdag | 20.30 | NPO 1

Reageren