Interview met Simone Weimans

Simone Weimans presenteert niet alleen het NOS Journaal maar doet ook verslag van speciale NOS-­uitzendingen, zoals deze week de NOS Herdenking slavernijverleden.

Het is niet te merken dat Simone Weimans er al een hele werkdag op heeft zitten als ze de vergaderzaal van de NOS binnenkomt. Om 4 uur ’s ochtends ging haar wekker en zelfs na het laatste ochtendjournaal van die dag is ze nog fris en vrolijk. “Dat vroege opstaan daar wen je echt aan hoor.”  Sinds 2011 is ze een van de vaste gezichten van het NOS Journaal.

Simone, je bent geboren in Rotterdam maar dat kun je helemaal niet horen?

“Dat is er na al die jaren uitgesleten. Toen ik naar Amsterdam verhuisde deed ik via de universiteit een radiocursus. Ik dacht dat ik heel normaal sprak, tot ik voor het eerst mijn stem op een bandje hoorde: soo, kommie uit Rotterdam! Ik had dat helemaal niet door maar het is ook niet zo dat ik bewust netjes ben gaan praten. Als ik met vrienden in Rotterdam ben, merk ik wel dat ik vrij snel mijn Rotterdamse tongval terugkrijg.”

Heb je nog een beetje een Rotterdams hart?

“Ik realiseerde me laatst dat ik al langer in Amsterdam woon dan in Rotterdam. Ik was toevallig in Rotterdam op de dag dat Feyenoord kampioen werd. Toen voelde ik me toch echt een Rotterdammer. En ik ben niet eens een grote voetbalfan, ik kan Dirk Kuijt nog net van Giovanni van Bronckhorst onderscheiden, ha, ha.”

Wat was de droom van de kleine Simone Weimans?

“Ik wilde altijd al de journalistiek in. Toen ik een jaar of 12 was, kwam ik via ouders op school in contact met makers van Schuurpapier, een legendarisch jeugdprogramma van de Vara. Je kunt het een beetje vergelijken met het televisieprogramma Rambam. Samen met een ervaren programmamaker gingen we op pad om reportages te maken. Bijvoorbeeld over de demonstraties tegen het bezoek van de paus in Utrecht. Dat liep toen helemaal uit de hand en wij renden daar tussen rookbommen en de ME. Of we legden uit hoe je met een strippenkaart kon frauderen in de bus en metro. Heel simpel door zeep op de kaart te smeren. Daar zijn toen nog Kamervragen over gesteld want men vond dat de Vara jonge kinderen aanzette tot criminaliteit. Toen realiseerde ik me dat je met een microfoon in de hand bijzondere dingen meemaakt en ook interessante mensen tegenkomt.”

Radio is je eerste liefde. Waarom ben je over­gestapt naar televisie?

“In de 15 jaar bij de radio heb ik veel dingen kunnen doen, redactie, verslaggeving en presenteren. Voor de Vara en de NTR heb ik ook een paar kleine dingen op televisie gedaan. Toen er een vacature voor een presentator bij NOS op 3 kwam, heb ik een screentest gedaan. Ik ben het niet geworden maar ik mocht nog wel een keer een test doen voor het ‘gewone’ journaal. Ik had nooit verwacht dat ik bij hét NOS Journaal terecht zou komen. Simoontje Weimans uit Rotterdam die het Journaal presenteert, dat verzin je niet!”

Voelde dat in het begin echt zo?

“Ik was niet echt zenuwachtig toen ik mijn eerste journaal presenteerde maar wel geïntimideerd. Ik keek toen als een konijn in de koplampen. Later werd ik veel kalmer in beeld. En gelukkig is de radio ook weer op mijn pad gekomen want sinds een paar maanden ben in invalpresentator van Met het oog op morgen, dat is voor mijn de heilige graal van de radio.”

Waarom is dat zo bijzonder?

“De eerste keer als ik dan die tune hoorde, Gute nacht Freunde… Dat was een bijzonder moment omdat het programma al meer dan 40 jaar bestaat. En dat voel je ook want er werken heel goede redacteuren, echte radiomakers. Het is mooi om die radioliefde
weer te voelen.”

Wat is jouw stijl als nieuwslezer?

“Vooral zakelijk, ik hoef niet per se iets persoonlijks van het nieuws te maken. Er zijn presentatoren zoals Herman van der Zandt, die heel goed humor erin kunnen brengen. En Philip Freriks natuurlijk met zijn ‘tongue in cheek’. Ik hoor soms wel commentaar dat ik zo serieus overkom. Maar het is wel hét NOS Journaal en niet één of andere comedyclub. Ik ben gewoon heel zakelijk en inhoudelijk.”

Radio is heel anoniem en bij tv sta je vol in de aandacht. Wat heeft dat me jou gedaan?

“Het is niet zo dat door tv mijn leven is veranderd. Natuurlijk word ik steeds vaker herkend ook omdat ik af en toe het acht uur journaal presenteer of een speciale uitzending op Bevrijdingsdag. Mijn uitstraling op tv is serieus en daarom kijken mensen ook heel serieus naar me. En ze weten bijna nooit mijn naam. Heel soms komt er iemand naar me toe en zegt: ‘U bent toch die mevrouw van het nieuws, die nieuwslezeres?’ Ik merk dat mensen mij benaderen zoals ik overkom op tv.”

Naast het Journaal presenteer je ook speciale uitzendingen van de NOS. Zoals Koningsdag en Bevrijdingsdag en deze zaterdag ook de NOS Herdenking slavernijverleden.  Dan kun je wel meer van jezelf laten zien?

“Ja, dat is zo. De uitzending rond het Bevrijdingsconcert vond ik daarom ook heel speciaal. Ik stond daar met de Surinaams-Antilliaanse actrice Joy Wielkens, een gospelkoor uit Amsterdam Zuidoost en de Nederlands-Marokkaanse acteur Nasrdin Dchar. Hij mocht dit jaar de 5 mei-lezing geven en ook nog naast koningin Máxima zitten. Ik was toen echt trots op ons. Wij staan daar gewoon als nieuwe Nederlanders, mensen met een migratieachtergrond. Mijn ouders zijn 50 jaar geleden naar Nederland gekomen en nu staan wij daar voor een enorm publiek.”

Is het ook een mooi moment om iets anders te laten zien in de scherpe debat rond migratie in Nederland?

“Misschien, maar ik heb het niet echt benoemd in de uitzending. Nasrdin sprak in zijn lezing wel over mensen met een migratieachtergrond en over de manier waarop moslims op dit moment worden bejegend in Nederland. Hij sprak mooie woorden over zijn vader die in 1968 met open armen werd ontvangen, terwijl het Nederland van nu de grenzen liever sluit. Wij zijn gewoon Hollanders, Nederlanders. En tegelijkertijd hebben we wel een andere achtergrond. Dat vond ik een heel speciaal moment.”

Wat is een belangrijke waarde die je van thuis hebt meegekregen?

“Mijn moeder is een echte powervrouw die altijd heeft gewerkt. Ze was maatschappelijk werkster en daardoor kwamen er bij ons veel jonge mensen over de vloer. Ze is trouwens nog steeds actief als mantelzorgvrijwilliger. Als een mantelzorger een weekje op vakantie wil dat gaat zij in het huis wonen om degene te ondersteunen die ziek is. Mijn moeder heeft mijn zus en mij alle ruimte gegeven, ze vertrouwde op ons verantwoordelijkheidsgevoel. Ik mocht  bijvoorbeeld op mijn 15de al uitgaan. Wij kwamen gewoon om 5 uur ’s nachts thuis en hadden dan de hele avond fris gedronken en lekker gedanst. We hadden helemaal geen behoefte aan drank of drugs. Als je kinderen de vrijheid geeft dan werkt dat kennelijk zo.”

Nationale Herdenking Slavernijverleden, zaterdag • NPO 2 13.00 en 19.35 uur

Meer over:

Reageren