Journaal

Winfried Baijens: 'Ik heb een haat-liefderelatie met presenteren'

Begonnen als Jeugdjournaal-presentator is Winfried Baijens (41) nu een van de gezichten van het NOS Achtuurjournaal. Terwijl hij nooit presentator wilde worden. ‘Ik ben gezegend met bescheidenheid, dat hoort niet bij het typische presentatorschap.’

Tekst: Carlijn Schepers 

Is het Achtuurjournaal iets waar je altijd naartoe hebt gewerkt?
“Totáál niet. Ik wilde helemaal geen presentator worden en zeker geen journaalpresentator. Na mijn opleiding journalistiek kon ik aan de slag bij NOVA. Daar ging ik juist graag voor op pad om mooie reportages te maken. Van presentatoren vond ik dat ze teveel minuten in beslag namen van verslaggevers. Televisie heeft de neiging om het belang van de presentator nogal te overschatten. Alsof alles valt of staat met die ene persoon. Dat vind ik een niet zo mooie kant van ons vak. Ik had geen hekel aan bepaalde presentatoren, meer aan het verschijnsel presentator. Ik vond bovendien dat ik het niet goed kon. Ik ben gezegend met wat bescheidenheid en dat hoort niet bij het typische presentatorschap. Als verslaggever vond ik ‘stand-uppers’ ook ongelofelijk ingewikkeld. Dat je zo’n verplicht stukje moet vertellen in beeld. Maar ik moet mezelf ook niet te verlegen opstellen. Het zit vast in me dat ik de aandacht ook leuk vind. Anders zou ik dit werk niet doen.”

Toch ging je het Jeugdjournaal presenteren.
“Ik ben er een beetje ingeluisd. Ik was al verslaggever voor het Jeugdjournaal, toen ze me vroegen een screentest te doen. Zo werd ik het ineens. Dat overviel me enorm. Maar ik heb wel geëist dat ik er verslaggeving bij mocht blijven doen. Ik heb een haat-liefderelatie met presenteren. Als ik iets heb met het programma of verhaal dat ik vertel, dan functioneer ik wel. Maar als iemand mij bij een willekeurige boom neerzet en zegt: creëer hier maar een goede sfeer, dan zie je me worstelen en geforceerd presenteren. Ik wil weten waarover ik het heb, iets presenteren vanuit de inhoud. Ik denk dat ik daarom ook steeds bij het nieuws terugkeer.” 

Hoe vind je dat je het destijds deed bij het Jeugdjournaal?
“Ik zag er laatst nog een bandje van terug. Ik ben altijd hyperkritisch op mezelf, maar het was minder erg dan ik dacht. Ik ben energiek en praat snel, dus ik dacht dat ik drukker zou zijn. Dat viel mee. Het scheelt ook dat ik niet per se presentator wilde worden. Als je te gretig bent, is dat heel onaantrekkelijk. Net als in de liefde.”

 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram

Kom graag bij de mensen thuis. Blommetje d’r bij. Ogen open houden. Leermoment. 🥴

Een bericht gedeeld door Winfried Baijens (@winfriedbaijens) op

 

Na vier jaar presenteren bij het Jeugdjournaal en een jaar bij NOS op 3 nam je ontslag, zonder toezegging op een nieuwe baan. Vanwaar die radicale beslissing?
“Ik werd dertig en vond dat een goede leeftijd wat anders met m’n leven te doen. Ik vind het af en toe prettig ergens de stekker uit te trekken. Dus ik zegde m’n baan met een goed salaris en leaseauto op, verhuisde uit Amsterdam en mijn relatie stopte. Daarna lag ik wel een periode zwetend in bed. Maar ik ben blij dat ik dat heb gedaan. Ik merkte ook dat ik cynisch naar het nieuws ging kijken. Ik was nog jong, maar toch dacht ik soms: daar gaan we weer.”

Je maakte een uitstap van acht jaar, waarin je radioprogramma’s presenteerde. Waarom keerde je toch terug naar de NOS?
“Ik heb de neiging om alles te willen. Als ik voor één ding kies, mis ik al het andere. Zo ook het nieuws. Telkens als er iets gebeurde in de wereld, zat ik plaatjes te draaien. Leuk, maar ik wilde ook bij de hoofdzaken van het leven betrokken zijn. Als je tien jaar journalist bent geweest, is het heel gezond dat even uit te zetten. Maar op een gegeven moment voelde ik toch weer de drang in het nieuws te duiken. Om iets te maken wat veel mensen serieus nemen. Het is fijn om ertoe te doen. Ik zit nu echt op m’n plek en heb mede door die uitstap genoeg geleerd van het leven om dit werk beter te doen.”

Nu presenteer je het Achtuurjournaal. Dat betekent nog meer kijkers. Hou je daar rekening mee in je privéleven?
“Vroeger dacht ik daar meer over na. Nu niet echt meer. Dan heb je namelijk niet echt een leuk leven. Ik ga ervan uit dat kijkers weten dat wij ook gewoon mensen zijn. Dat we een biertje drinken en misschien zelfs gaan dansen in het weekend. Wel word ik vaker herkend. Maar dat hoort erbij. Ik moet een beetje lachen om televisiepresentatoren die klagen dat ze herkend worden. Ik denk dan: niemand heeft gezegd dat je dit moest gaan doen.”

Wat zeggen mensen die naar je toekomen?
“Soms zijn het rare dingen, maar meestal vertellen ze leuke verhalen. Zoals laatst op een feestje. Ik stond in de rij voor de wc met de doelgroep van toen ik het Jeugdjournaal presenteerde. Zij waren dus twaalf toen ik twintig was. Dat was sowieso best confronterend. Daar vertelde een jongen me dat hij uit de kast was gekomen met de gedachte: Winfried is homo en hij kan het, dus ik ook. Ik heb daar natuurlijk helemaal geen bijdrage aan geleverd. Ik deed gewoon m’n werk en was niet bijzonder activistisch in mijn homo-zijn. Maar hem had ik blijkbaar geholpen. Dat was leuk om te horen.”

Je stond wel ooit op een lijst met honderd mensen die hun homoseksualiteit op een positieve manier uitdragen.
“Dat vond ik eigenlijk best beledigend. Het was een lijst met jongens die een soort boy next-dooruitstraling hadden. Ik dacht: in deze tijd dat hetero-zijn de norm is, ga je ook nog homo’s uitzoeken die heteroachtig overkomen? Ik zou zeggen: vier de buitenbeentjes en de vrije vogels! Koester mensen die uitbundig willen zijn. Dan weten zij dat er ook voor hen een plek is.”

Wat wordt je volgende stap na het Achtuurjournaal?
“Ik heb nog geen idee. Ik ben het niet eens met mensen die prediken dat je naar een doel moet toeleven. Zo werkt het niet. Het ligt er maar net aan wie je tegenkomt of wie je chef is. Alleen, doe je iets waarvan je niet gelukkig wordt, gooi dan het roer om.”

NOS Journaal | maandag t/m zondag | NPO 1 | NOS | 20.00

Meer over:

Reageren