Alles is liefde voor de camera

Datingprogramma’s zijn een schot in de roos, ook als Cupido zelf niet altijd raak schiet. In de week van Valentijnsdag neemt relatiepsycholoog Anne de Jong het fenomeen onder de loep.

Deze week zijn First Dates en Winter vol liefde te zien. Later in het jaar starten nieuwe seizoenen van Married at First Sight, Boer zoekt vrouw en B&B Vol Liefde. Relatiepsycholoog Anne de Jong begrijpt waarom mensen er graag naar kijken. “Datingprogramma’s zijn verslavend, omdat mensen het echt leuk vinden om mensen verliefd op elkaar te zien worden. Dat ze voor hun ogen iets zien ontstaan en denken: wauw, zo mooi kan de liefde zijn.” Hiernaast speelt de spanning of het lukt een rol. “Kijkers kunnen er ook van genieten als mensen juist net naast de liefde grijpen. Door een onhandige opmerking kan de romantische sfeer in één klap omslaan.”

Zelfonthulling

Onhandige opmerkingen genoeg in Winter vol liefde. Dat heeft volgens De Jong met het type deelnemers te maken. “Het programma gaat over mensen die ‘in the middle of nowhere’ zitten. Ze gedijen in zo’n geïsoleerde omgeving. Ze hebben daardoor weinig referentiekaders over hoe met de medemens om te gaan. Dat gebrek aan sociale vaardigheden zorgt ervoor dat deelnemers in Winter vol liefde – en in veel andere datingprogramma’s – cruciale vragen als ‘Wat houdt je bezig?’ niet stellen.”

En dat vragen stellen is juist belangrijk tijdens het daten. “Daardoor voelt de ander zich gezien. Stel vragen en doe aan zelfonthulling, dat geeft verbinding. Als je op de vraag ‘Hou je van skiën?’ alleen ‘Ja’ antwoordt, komt het gesprek niet verder. Antwoord je met: ‘Ja, ik hou van skiën. Toen ik vier was, nam mijn vader me na de scheiding mee op skivakantie. Dat is een fijne herinnering’, dan doe je aan zelfonthulling. Je vertelt een beetje over je binnenkant, over wie je bent.” 

Dit en meer leest u in de Televizier van week 7. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jeroen Keijzer

Altijd een nachtzoen

Op Valentijnsdag is de ontroerende documentaire Eeuwige liefde te zien. Jo (83) en Jan (84) uit Haaksbergen geven vast een inkijkje in hun liefdesverhaal.

In de documentaire Eeuwige liefde volgt filmmaker Geertjan Lassche drie stellen in de aanloop naar hun diamanten huwelijk. Jo en Jan zijn een van die koppels. Hoe ze het zestig jaar met elkaar volhielden? Daarover kan Jan kort zijn: “Je moet bij elkaar blijven, anders wordt het niets.”

Ze ontmoetten elkaar op een dansavond in Goor, toen ze begin twintig waren. “Met haar wil ik wel dansen”, dacht ik toen we elkaar kruisten op het trappetje van de dancing, herinnert Jan zich. Jo had hem al eerder gezien en wist dat hij goed kon dansen. “Dus toen hij me vroeg, zei ik meteen ja.” Al was het niet zo dat het daarna meteen aan was, vertelt Jan. “In die tijd ging dat niet zo snel. We zagen elkaar het eerste jaar van onze verkering alleen in de dancing, elke zondag tussen zes en elf.” Het duurde nog een hele tijd voordat hij ook op woensdagen bij Jo langsging.

Na drie jaar verkering stond niets een huwelijk in de weg. Jo: “Het was een waar dorpsfeest, de hele buurt was erbij en alles was versierd.” Minstens zo feestelijk was hun diamanten bruiloft, in oktober 2025. Er waren wel tachtig mensen, de burgemeester kwam langs en de muziekvereniging bracht hen een serenade. In de documentaire is te zien hoe Jo en Jan het stralende middelpunt zijn van alle aandacht.

Dit en meer leest u in de Televizier van week 7. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Lydia van der Weide

Het koningsnummer van het schaatsen

Deze week rijden de mannen en vrouwen de 1500 meter. Op die afstand won je in 2002 zilver in Salt Lake City. Hoe onverwacht was dat?

“Het was niet mijn beste afstand en ik was bepaald geen favoriet. Ik plaatste me op het laatste moment via een skate-off, met een paar honderdsten van een seconde verschil. Daar vonden mensen wel wat van; ik was immers vooral goed op de lange afstanden. Ik was goed in vorm en verraste iedereen, ook mezelf. Daardoor heeft die zilveren medaille voor mij een gouden randje.”

Is de 1500 meter de mooiste afstand?

“Elke afstand heeft zijn charme. Ik zou graag het allrounden als olympisch onderdeel zien: wie een goede 500 meter en een goede 10 kilometer kan rijden, is écht de beste schaatser. Als ik één afstand moet noemen, is de 1500 meter voor mij het koningsnummer. Het is een heel mooie afstand, omdat hij zo moeilijk is. Te lang voor pure sprinters, te kort voor de ‘stayers’ die uitblinken op de langere afstanden. Daardoor pakt iedereen de 1500 meter anders aan: sommigen gaan volle bak van start en zien dan wel hoeveel ze aan het eind nog overhebben, anderen houden hun rondetijden juist vlak, zodat ze in het laatste deel winst kunnen pakken.”

Jij was van die laatste categorie?

“Na 1100 meter was ik nog langzamer dan de meeste van mijn tegenstanders. Mijn laatste ronde was zo ontiegelijk snel. Daar heb ik dat zilver gewonnen.”

Milaan lijkt een trage baan. Maakt dat iets uit?

“Dat is vooral slecht nieuws voor snelle starters als Femke Kok. Die zijn de laatste ronde veel van hun snelheid kwijt en op traag ijs wordt die vertraging nog groter. Schaatsers die op kracht en conditie rijden, hebben daar meestal minder last van.”

Dit en meer leest u in de Televizier van week 7. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Maarten van der Meer

Femke Kok: ‘Deze Spelen zijn mijn grootste doel’

Het hele seizoen is Femke Kok al een klasse apart op de korte afstanden. Olympisch goud op de 500 meter in Milaan lijkt dus bijna een zekerheid. ‘Maar ik probeer te genieten van elk moment.’

Hoe kijk je terug op de afgelopen maanden?

“Het is echt een achtbaan geweest. Het is natuurlijk heel mooi en ik ben superblij met wat ik allemaal gepresteerd heb en hoe het tot nu toe gegaan is. Het wereldrecord dat ik in Salt Lake City reed, was een droom die uitkwam. Ik had niet verwacht dat dat zoveel zou losmaken. Ik krijg nu heel veel berichten van mensen die meeleven, die vertellen dat ze stonden te springen of zelfs moesten huilen. Dat vind ik heel mooi, maar het is een olympisch seizoen: de Spelen zijn mijn grootste doel.”

Ben je daar dan het hele seizoen al mee bezig?

“Natuurlijk zitten de Olympische Spelen in mijn hoofd. Aan de andere kant probeer ik van elk moment te genieten. Toen ik dat wereldrecord reed, zei onze coach Dennis van der Gun dat iedereen zo intensief met de Spelen bezig is dat we soms vergeten wat we al bereikt hebben. Dus als ik iets moois presteer, probeer ik daar altijd van te genieten. Daarom wil ik ook nog niet al te veel met de Spelen bezig zijn. Ik weet wel een beetje wat me te wachten staat, al heb ik nog nooit normale Olympische Spelen meegemaakt. De vorige keer was het in coronatijd, zonder publiek op de tribunes. Dat was heel apart om mee te maken. In Milaan zal dat heel anders zijn.”

Je geniet zichtbaar van het schaatsen. Wat maakt die sport voor jou uiteindelijk zo leuk?

“Het is mooi dat ik me als schaatser kan blijven ontwikkelen, want mijn techniek is nooit perfect. Met zoiets kan ik elke dag bezig zijn en daar haal ik heel veel plezier uit. Daarom vind ik het een supermooie sport. Het is ook heel afwisselend: in de zomer doen we heel andere dingen dan in de winter. We zijn niet alleen bezig met schaatsen, maar doen daarbuiten ook andere sporten: hardlopen, atletiektraining en wielrennen. Voor de afwisseling vind ik dat heel leuk. En ik probeer altijd het beste uit mezelf te halen.”

Dit en meer leest u in de Televizier van week 6. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.


Tekst: Johan Boef

Edsilia Rombley: ‘Er viel iets op zijn plek door deze reis’

Hoe kijk je erop terug?

Voelde je dat op de Antillen je wortels liggen?

Kijk je anders naar jezelf, nu je meer weet over je familiegeschiedenis?

Dit en meer leest u in de Televizier van week 6. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Jeroen Keijzer

Marianne Timmer: ‘Ik zat helemaal in mijn kokertje’

Voorafgaand aan de Olympische Winterspelen komt De reünie met een speciale uitzending waarin schaatsers praten over hun olympische herinneringen. Marianne Timmer is met drie gouden medailles de succesvolste van het stel.

Wat weet je nog van jouw eerste Olympische Spelen, in 1998 in Nagano?

“Ik vond het fantastisch; de Olympische Spelen zijn zo’n groots evenement. Als dertienjarig meisje zag ik Yvonne van Gennip drie keer goud winnen in Calgary. Ik wilde net als zij zijn. Naar Nagano leefde ik extra intensief toe, omdat ik eigenlijk vier jaar eerder in Hamar al had moeten starten: ik was officieel geplaatst, maar op het laatste moment besloot de schaatsbond dat ik niet zou gaan. Dat deed pijn. Tegelijkertijd gaf het me extra motivatie: ik moest nóg beter worden, zodat de bond voor de Spelen in Nagano echt niet meer om me heen zou kunnen.”

Verraste je jezelf daar?

“Zeker. Ik was niet de favoriet, maar alle puzzelstukjes vielen op de juiste plek. Ik won goud op de 1000 en 1500 meter in ideale races. Die ritten herinner ik me van begin tot eind; ik was compleet gefocust en hoorde het publiek op de tribunes totaal niet. Ik zat helemaal in mijn eigen kokertje.”

Op de dag af acht jaar later pakte je in Turijn opnieuw goud op de 1000 meter.

“19 februari, een bijzondere datum. Op 19 februari 1994 overleed mijn goede vriendin Renske Vellinga. Ze was onderweg om haar schaatsen te laten slijpen toen haar auto van de weg raakte en ze tegen een boom botste. Vier jaar en twaalf jaar na haar dood won ik precies op haar sterfdag olympisch goud. Nu zie ik dat als iets heel moois. Uiteindelijk was Renske er die keren bij, daar geloof ik in. Laat ik het zo zeggen: als mensen kunnen helpen van bovenaf, dan heeft zij me zeker een duwtje gegeven.” 

Dit en meer leest u in de Televizier van week 5. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Maarten van der Meer

Van 119 euro naar een eigen bedrijf

Miljuschka Witzenhausen maakte dit seizoen haar debuut in Vier handen op één buik. Ze begeleidt de twintigjarige Ash en haar vriend Joachim. De zorg voor twee kleine kinderen hakt erin.

Al twaalf seizoenen lang treden in Vier handen op één buik bekende moeders op als onofficiële peetmoeders van zwangere jongeren. Miljuschka Witzenhausen was nog niet eerder in de gelegenheid om mee te doen, maar ze blijkt geknipt voor het programma. Niet in de laatste plaats omdat ze is opgevoed door een tienermoeder.

Astrid Holleeder was pas negentien jaar toen Miljuschka ter wereld kwam: “Ze studeerde toen rechten en had er schoonmaakbaantjes naast. We hadden 75 gulden per week om met ons vieren van te eten”, zo herinnert de presentatrice zich in het AD. Gelukkig was het jonge gezin omringd door familie en vriendinnen die een oogje in het zeil hielden. Miljuschka schreef daarover in haar column in Flair: “Ik heb een heerlijke jeugd gehad bij mijn moeder. Alle vrouwen kwamen altijd bijeen en draalden als een groep sterke leeuwinnen om de kinderen heen.”

Crisissituatie

Niet lang na de geboorte van haar kinderen Rembrandt (14) en Felina (12) belandde Miljuschka in een crisissituatie toen haar huwelijk met kunstenaar Tycho Veldhoen strandde. Op sociale media vertelde ze onlangs dat ze na die breuk nog maar 119 euro op haar rekening had en helemaal opnieuw moest beginnen. Ze werd in die tijd liefdevol opgevangen door (groot)moeder Astrid.

Hierdoor had ze de kans om op adem te komen en zich te bezinnen op haar nieuwe leven als alleenstaande werkende moeder. Na haar opties te hebben afgewogen, besloot Miljuschka van haar liefde voor eten haar nieuwe werk te maken. Ze vond zichzelf opnieuw uit als autoriteit op culinair gebied; met eigen tv-shows, kookboeken en een tijdschrift. Het maakt haar een schoolvoorbeeld van wat er allemaal mogelijk is met ambitie, wilskracht en een beetje hulp van de mensen om je heen. 

Dit en meer leest u in de Televizier van week 5. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.


Tekst: Jef Willemsen.

Jan Versteegh: ‘Na drie dagen vallen alle maskers af’

Voor zijn survivalprogramma No way back vips was presentator Jan Versteegh twee weken in Albanië. Door de hevige regenval noemt hij dit het zwaarste seizoen tot nu toe.

Kun jij bij de start inschatten welke deelnemers de eindstreep gaan halen?

“Elk seizoen verrassen de kandidaten me weer. Ik denk altijd dat ik het goed kan inschatten, maar kennelijk heb ik daar toch niet genoeg mensenkennis voor. Vorig seizoen won Tess Milne. Zij is iemand die je in een pikdonkere kamer kunt zetten en dan wijst ze nog lichtpuntjes aan. Ze is gewoon heel positief. Dat heb je echt nodig in zo’n programma, evenals veerkracht. Vooral op dagen dat alles wegregent en je uitgeput in je slaapzak ligt. Dennis Weening was vorig seizoen ook een verrassing. Ik twijfelde of hij het fysiek zou redden, toch haalde hij goedgeluimd bijna de eindstreep.”

Positiviteit is dus cruciaal?

“Ja, en relativeringsvermogen. De kandidaten worden begeleid door oud-commando’s die ’s nachts net zo goed wegregenen als zij. Dan kom ik ’s ochtends en vraag hoe het was, en dan hoor ik: ‘Ja, mooi hè dit? Wanneer maak je dit nou mee?’ Terwijl ik denk: leg mij één nacht in de regen zonder tentzeil boven me en de kans is klein dat ik dát zeg. Maar als je kunt relativeren – dit duurt tien dagen, dit is niet voor altijd – dan helpt dat enorm.”

Zou je zelf aan het programma willen meedoen?

“Ja, meteen. Ik heb ooit meegedaan aan Expeditie Robinson, dat was ook pittig. No way back vips lijkt me ook fantastisch, omdat het nog meer draait om vragen als hoever kan ik mezelf pushen? Hoeveel kan ik aan? Ik ben in Nederland natuurlijk gewoon behoorlijk verwend: ik heb een huis waar het lekker warm is en mijn koelkast is altijd gevuld met eten. Daar wordt een mens best lui van. Toch denk ik wel dat ik die tien dagen afzien zou kunnen volhouden.”

Dit en meer leest u in de Televizier van week 4. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Ernest Marx

Floortje Dessing: ‘Ik heb geleerd slomer te reizen’

Na een lang ziekbed is Floortje Dessing weer op televisie met een nieuw seizoen Floortje naar het einde van de wereld. ‘Ik ben zo blij dat ik nu weer mee mag doen.’

Anderhalf jaar moest je herstellen van je ziekbed. Is dat lastig voor iemand die zo van reizen houdt?

“Ik had endometriose, waarbij baarmoederslijmvlies zich nestelt op plekken waar dat niet moet. Uiteindelijk is tijdens een acht uur durende operatie een stuk van mijn lever, middenrif en rechterlong verwijderd. Ik miste het reizen niet, want ik was heel ziek en had pijn. Dan wil je alleen maar beter worden, en verder niks.”

Je bent genoeg hersteld om weer ‘Floortje naar het einde van de wereld’ te maken. Pak je het nu anders aan?

“Ik heb geleerd wat ‘slomer’ te reizen. Dat betekent dat ik meer tijd neem onderweg. Vroeger beukte ik gewoon door, nu ga ik drie dagen eerder naar een plek om te wennen aan het tijdsverschil. En normaal reis ik met alleen een cameraman. Nu is er een derde persoon mee, die me ondersteunt in het regelen en helpt met het sjouwen.”

Hoe is het om weer aan het werk te gaan?

“Dat ik dit weer kan doen, is een onbeschrijfelijk gevoel. En dingen liepen ook lekker. We waren op de Chathameilanden, een archipel achthonderd kilometer ten oosten van Nieuw-Zeeland. Er was slecht weer voorspeld. Maar de vier dagen dat we er waren scheen juist de zon. Alles klopte, daar kan ik intens gelukkig van worden.”

Dit en meer leest u in de Televizier van week 4. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.


Tekst: Jeroen Keijzer

Koppelaarster met keuzestress

Lucy Mason (Dakota Johnson) heeft een succesvolle carrière als koppelaar voor een luxedatingbureau in New York. Haar steenrijke cliënt Harry Castillo (Pedro Pascal) is zeer in haar geïnteresseerd. Lucy heeft echter ook nog gevoelens voor haar ex John Pitts (Chris Evans), een acteur die alleen kan rondkomen door bij te klussen als ober. Met drie aantrekkelijke hoofdrolspelers op de filmposter bewandelt Materialists de dunne lijn tussen romantische komedie en relatiedrama. Schrijver en regisseur Celine Song (Past Lives) houdt het luchtig, maar de geloofwaardige personages en situaties voorkomen dat het onbenullig wordt. Vanaf 25 januari op Netflix.

Dit en meer leest u in de Televizier van week 4. Deze editie ligt nu in de winkel. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Back to top