Guus Meeuwis over Pinkpop

Een van de verrassendste namen dit jaar op Pinkpop is Guus Meeuwis. De Brabantse zanger staat Tweede Pinksterdag op het hoofdpodium in Landgraaf. “Ik ben blij dat we deze kans krijgen. Het is kicken. Een gevoel van: ‘Yes, we mógen’.”

Tekst: Bea Kastrop

Pinkpop is de moeder aller festivals. Daar wil je staan”, zei Guus Meeuwis meer dan eens. Op 5 juni gaat zijn grote wens in vervulling. We spreken Guus drie weken voordat hij op de slotdag van Pinkpop het hoofd­podium in Landgraaf zal betreden. Drie dagen voor ons gesprek bracht hij zijn nieuwe single Wat zou Elvis doen uit. Een liedje over moeilijkheden over­winnen en het vinden van kracht in jezelf. Gespreksstof genoeg, te beginnen bij Pinkpop.

Waarom is Pinkpop de moeder van alle festivals?

“De historie, de legendarische fragmenten en de optredens spreken voor zich. Maar er is ook iets wat ik moeilijk kan uitleggen. Een gevoel van: als het me lukt om dáár te staan… Ik snap ook wel dat Guus Meeuwis op Pinkpop niet voor de hand lag en voor sommige mensen nog steeds niet. Maar ik ben blij dat we die kans krijgen en dat we het mogen doen. Het is gewoon kicken. Een gevoel van: yes, we mógen!”

Je zegt zelf al dat je niet de meest voor de hand liggende keus bent…

“Mijn genre, nederpop, is niet het eerste waar je aan denkt bij Pinkpop. Ik snap dat ik wat te bewijzen had om daar te mogen staan. We hebben de afgelopen jaren goed ons best gedaan. Hard gewerkt, gezorgd dat het kwalitatief in orde was, leuke dingen gedaan. Dat valt op en dat heeft z’n vruchten afgeworpen. Daar kan ik alleen maar dankbaar voor zijn.”

Hoe nerveus ben je voor Pinkpop op een schaal van 0 tot 10?

“Nerveus is niet het goeie woord. Het is meer een gezonde wedstrijdspanning. Maar nu nog niet hoor. We hebben een mooie setlijst klaargemaakt en ik heb er heel veel zin in.”

Ga je nog iets verrassends doen?

“We moeten vooral doen waar we heel erg goed in zijn en dat is gewoon onze muziek spelen. En misschien dat we nog iets extra’s meebrengen… We zullen zien.”

Direct na Pinkpop geef je van 8 tot en met 13 juni weer vijf ‘Groots met een zachte G’-concerten. Dan heb je in totaal vijftig keer het Philips Stadion uitverkocht. Wordt dat jubileum anders dan anders?

“Daar wordt ieder jaar al iets bijzonders gedaan en daar vertel ik nooit iets over. De grap is dat ik er dit jaar niks over kán vertellen omdat de surprise-act voor mij dit jaar ook écht een surprise is. Ik ben heel benieuwd wat er gaat gebeuren.”

Groots met een zachte G, in 2015 een concert in de Royal Albert Hall, allemaal grote muzikale dromen. Zit optreden op Pinkpop in dezelfde categorie?

“Het zijn van die stipjes op de horizon die je zelf moet neerzetten. Omdat je dan een motivatie en een drive hebt om echt ergens naartoe te werken. Als het dan lukt wil je er ook echt iets bijzonders van maken. Het voelt iedere keer als een soort beloning.”

Wat is je volgende droomwens?

“Liedjes maken. Dat is een wens die constant aan­wezig is. Een goeie plaat maken waarvan je het
gevoel hebt dat-ie weer beter is dan de vorige. We zijn al druk bezig.”

Bruce Springsteen is jouw grote voorbeeld en inspiratiebron. Waarom?

“Jeetje… Dat mag je eigenlijk nooit vragen over ­muziek… Maar het is omdat die man al zo lang zijn ­eigen koers vaart en daar niet van afwijkt. Hij heeft heel goeie liedjes en het zit dicht bij hemzelf. Het kómt ook allemaal uit hemzelf. Hij heeft een wereldband en vindt live spelen het mooiste wat er is… Er zijn dus wel een aantal raakvlakken.”

Jij zingt ook over wat je zelf meemaakt. Dat begon al met je eerste hit in 1995, ‘Het is een nacht’ over je eerste nacht met je toenmalige vriendin Valérie. De tekst van je nieuwste song ‘Wat zou Elvis doen’ gaat ­onmiskenbaar over de periode dat jij en Valérie vorig jaar, 21 jaar later, uit elkaar gingen.

“Ik denk dat veel schrijvers uit hun eigen leven en ­ervaring putten. Dat kan ook bijna niet anders. ‘Wat zou Elvis doen’ gaat over het feit dat je in je leven ­weleens steun en kracht zoekt van buitenaf. Je bent op zoek naar houvast. En achteraf blijkt dat het ­allemaal in ­jezelf zit. Je moet alleen de kracht en de energie vinden om dat te ontdekken. Daar gaat het over.”

Je zingt: ‘Als de zomer niet meer voelt zoals het hoort… niet meer als een onverwachte zoen… en de vraag die blijft maar spoken in je hoofd: wat zou Elvis doen?’ Een duidelijke verwijzing naar je privésituatie. Daar komen dan vragen over. Vind je dat lastig?

“Dat is zeker lastig en ik ga ook zeker de grens niet over. Dat is niet omdat ik niks wil vertellen, maar omdat ik niet de enige ben die in dit spel zit. Ik ben wel de enige bekende, waardoor alles wat ik erover zeg effect heeft op de ander. Dat wil ik niet. Privé is privé. Het is al intens genoeg zonder dat iedereen meekijkt. Dit is iets wat wij samen – overigens op een heel goeie manier – oplossen.”

Wat is makkelijker, schrijven over de liefde en verliefd zijn of over verdriet en lastige kwesties.

“Meestal raken liedjes de donkere kant. De blues is makkelijker te schrijven dan het feest. Ik denk dat dat is omdat je ongeluk heftiger schijnt te ervaren dan geluk. Geluk neem je misschien te vaak voor lief. Ik heb vaak discussies over de diepgang van geluk omdat sommige mensen daar weleens aan twijfelen. Terwijl ik denk dat er heel veel diepgang in geluk zit. Het valt alleen niet altijd mee om het te vertalen in muziek, maar ik probeer het wel en dat is een van mijn mooiste zoektochten. Ik ben eigenlijk altijd op zoek naar het kleine geluk, waar dan ook. En dat blijf ik volhouden want ik vind dat het daarom draait. Muziek mag even verlichten; muziek mag troosten en muziek mag ook heel erg blij maken.”

Welk cijfer op een schaal van 0 tot 10 geef je op dit moment aan je leven?

“Jeetjemina! Dat is een vals vraagje. Nou… Eh… Een dikke voldoende.”

Ik ga je ook nog vragen of het cijfer weleens hoger of lager was.

“Het is weleens beter en het is weleens slechter. Als dat niet zo was dan zou ik heel saaie liedjes ­maken. Ik denk dat voor iedereen geldt dat af en toe de zon schijnt en dan weer even niet. Daar hoef je je niet voor te schamen. Maar ik ben een soort ­zonnebloem: ik draai altijd naar het licht. En zoals mijn moeder zegt: als je goed naar Guus zijn liedjes luistert, dan weet je hoe het met hem gaat.”

Pinkpop, zondag • 23.10 uur en maandag 19.30 uur op NPO 3

Meer over:

Reageren