Interview

Lee Towers de koning van Ahoy

Lee Towers was de eerste Nederlandse artiest die ging touren en de eerste die Ahoy vol kreeg. Een ode aan de grootste trendsetter onder de Nederlandse artiesten. Maandag op Nederland 2 een documentaire: The Voice of Rotterdam.

„Van kleins af aan was ik al gefocust op Amerika: ik luisterde altijd naar de Amerikaanse radio, ook al waren wij van huis uit zwaar christelijk. Popmuziek was dus van de duivel. Maar ik kon er niet aan voorbij, ik werd er als door een magneet naartoe getrokken. Sinds mijn ontdekking door Willem Duys in 1975 werkte ik zelf in een kleine nachtclub in Rotterdam - en die was altijd afgeladen. In 1979 vond ik het tijd voor iets groters; het moest een avondvullend concert worden. Maar dat was ‘not done’ in Nederland, tot dan toe bestond dat helemaal niet. Artiesten stonden op feestavonden met een trio of een kwartet, en dan zong je voor de pauze vier liedjes en erna nog eens vier. Dat was het. Maar ik wilde een concert geven en daarvoor wilde ik De Doelen in Rotterdam huren, een zaal voor 2000 mensen. Dat was nog niet eerder vertoond. De kranten stonden er vol mee en het nieuws kwam op het Polygoon Journaal. Iedereen vroeg zich af wat er ging gebeuren.”

De Doelen

„Zelf vond ik het helemaal niet zo bijzonder, en het jaar erop stond ik dan ook in Carré. Daar moest je destijds nog door de ballotage: of wat je deed wel artistiek genoeg was. Carré was nog vlugger uitverkocht dan De Doelen. Met bussen tegelijk kwamen Rotterdammers onder politiebegeleiding naar Amsterdam. Daarna besloot ik een tournee te maken langs dertig schouwburgen in het land - dat was hier ook nog nooit vertoond. In het buitenland deden ze het al lang; ik was dan ook verbaasd dat het overal kon, behalve hier. Dat is die Hollandse kneuterigheid. Iedereen zei: ‘Je bent niet in Amerika’, maar tegen die denkwijze heb ik me altijd afgezet, ik vond dat belachelijk. Kom op zeg, we gaan het gewoon doen. Uiteindelijk ging ik met een fantastisch orkest en het ­Penney de Jager Showballet touren; we waren allemaal aan het pionieren. Het was ongekend, afgeladen, uitverkocht; het jaar erop gingen we weer.”

Believe in your dreams

„In 1982 trad ik weer eens op tijdens de Wielerzesdaagse in Ahoy en ploegleider Peter Post zei toen: ‘Ik zie het nog gebeuren dat Leen hier avondvullende voorstellingen geeft’. Op die opmerking heb ik twee jaar zitten broeden. Ik ben een man van groot, groter, grootst. Dus ik dacht: als ik het groter wil maken, moet ik inderdaad naar Ahoy. Maar daarvoor moet je wel sponsors vinden. Ik ben nog steeds mijn eigen manager en ook toen deed ik het allemaal in m’n eentje. Ik heb iedereen gebeld, heb de koe bij de hoorns gevat. Uiteindelijk raakte iedereen begeesterd van m’n enthousiasme en van de ideeën die nog nooit waren vertoond.”

Las Vegas

„Mijn lijfspreuk is: ‘Believe in your dreams’. En waar hebben ze daar het meest verstand van? Juist, in Las Vegas. Mijn vrouw Laura en ik zijn een week naar Las Vegas geweest om ideeën voor de show op te doen en daar hebben we alle grote jongens gezien. Dean Martin, Frank Sinatra, Tom Jones, Paul Anka, Sammy Davis jr… M’n ogen stonden op steeltjes. We zagen de show van Lionel Richie en bij hem zag ik voor het eerst computergestuurde lichten, zogenaamde Vari-lites. Machtig mooi waren die dingen. Nu gebruikt iedereen die lampen, maar toen waren ze nog niet in Europa te zien geweest. Ik ben vervolgens zelf gaan onderhandelen met die jongens voor de show in Ahoy en ik was brutaal als de beul. Daarnaast wilde ik nog zeventig man orkest uit Londen halen en gordijnen van 48 meter hoog en 16 meter breed hebben. Het kostte me een godsvermogen, maar ik deed het gewoon. Ik investeerde in mezelf, dat ben ik altijd ­blijven doen. De eerste keer in Ahoy, in 1984, was fantastisch, iedereen zat daar met dik kippenvel. Ik noemde het ‘The Gala of the Year’ en iedereen kwam in avondkleding. Mies Bouwman kondigde me op weergaloze wijze aan, ik kwam op met ­fakkels en iedereen ging staan; het leken de Olympische Spelen wel. Ik was ontroerd en was het liefst in een hoekje gaan zitten janken. De mensen wisten niet wat ze zagen met al die lichten.”

51 keer Ahoy

„Van twee keer Ahoy ging het naar vier avonden, toen naar zes en naar acht. En het werd steeds groter. Special effects, vuurwerk, een trap van zeven meter hoog waaronder een indiaan op een paard vandaan kwam, een waterval, adelaars van laserstralen en 50 duiven die maandenlang werden afgericht om tijdens Glory glory ­hallelujah op een Amerikaanse vlag te landen. Tot nu toe heb ik 51 keer in Ahoy gestaan; Frans Bauer en ik houden het record. Ik heb het vak geleerd in Las Vegas, maar het belangrijkste was dat ik erin geloofde. Al die azijnzeikers van toen die zeiden dat het niet kon; ik heb ze allemaal gelogenstraft.

Reageren