5 vragen aan Fleur Bok

Groeten van MAX' Fleur Bok staat 24/7 paraat

Gewapend met een microfoon en een vriendelijke glimlach haalt Fleur Bok in ‘Groeten van MAX’ ­verhaal bij malafide ondernemers in de reisbranche.

Hoe gevaarlijk is je werk?

"Er zit zeker een bepaald risico in wat we doen. Je weet nooit wie of wat er achter de voordeur schuilgaat. Misschien zijn de mensen bij wie we langsgaan wel gewapend. Je weet alleen dat ze niet blij zijn om je te zien. Tot nu toe zijn we er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Natuurlijk krijgt een cameraman weleens een duw als iemand écht niet gefilmd wil worden. Maar dat haalt de ­uitzending niet.”

Maar dat is toch juist mooi om te laten zien?

"Het is absoluut sensationeel, maar dat is niet het uitgangspunt van Groeten van MAX. We zijn er om verhalen te vertellen van ­gedupeerde reizigers en daar een oplossing voor te ­vinden. Zo’n handgemeen past niet in dat kader. Al wil ik niet beweren dat het verkeerd is. Alberto Stegeman laat in Red Mijn Vakantie dergelijke ­conflicten gewoon zien en dat heeft ook succes. Maar het is niet onze methode.”

Je kan mensen niet dwingen mee te werken. Hoe krijg je de deur toch open?

"Door een open, geduldige ­houding aan te nemen en niet als razende reporter binnen te stormen. Soms moet je ook lang praten, maar zodra ze doorhebben dat ik ze niet ­vol verwijten de les kom lezen, gaat de deur vaak open en laten ze makkelijker dingen los.”

Mensen staan soms keihard te liegen tegen je. Hoe blijf je vriendelijk?

"Dat hoort er gewoon bij, haha. De meeste oplichters zijn zó geoefend in leugens vertellen dat ze leugen op leugen stapelen en zichzelf helemaal klem ­zetten, terwijl alles door ons wordt opgenomen. Dat is soms te pijnlijk om aan te zien.”

Kom je zelf aan vakantie toe?

"Tijdens de opnames heb je geen enkel moment vrij. We produceren een seizoen in zo’n tweeënhalve maand, waarin alle zaken die we volgen ­tegelijkertijd lopen. In die ­periode moet je 24 uur per dag en 7 dagen per week paraat staan. Je kunt van tevoren niet voorspellen wanneer je in actie moet komen.

Ook waar je terechtkomt, hoor je pas op het laatste moment. Op maandag klop je ergens in Limburg op een deur, op woensdag kun je ineens in Turkije zitten. Dat zorgt voor spanning en ­afwisseling. Je hoort me niet klagen, maar het is ook best vermoeiend. Zeker als je ­daarnaast ook een gezin met jonge kinderen hebt.”

Reageren