Feest voor groot en klein

Exclusief! Interview met Sinterklaas

De Goedheiligman onderbrak heel even zijn drukke werkzaamheden voor een interview: alles wat je altijd al wilde weten over de Sint!

U bent weer in Nederland. Hoe is uw jaar geweest? 

„Heel rustig. Het was mooi weer in Spanje en dat was erg prettig. Ik heb vooral veel niets gedaan en me voorbereid op het Sinterklaasfeest.” 

De wereld om u heen was iets minder rustig. Krijgt u daar nog iets van mee?

„Dan moet ik u een beetje teleurstellen. Sinterklaas kijkt wel om zich heen, maar heeft weinig relatie met de wereld van alledag. Ik zie en hoor het wel, maar het past mij niet een oordeel te vellen. Dat lijkt ontwijkend, maar ik denk dat als Sinterklaas uitspraken zou doen over ernstige zaken, dat afbreuk kan doen aan het feest. Als u mij om een mening vraagt over politiek of het financiele stelsel, bent u dus aan het verkeerde adres. En nee, kinderen hoeven zich geen zorgen te maken dat Sinterklaas door de kredietcrisis minder cadeaus heeft kunnen kopen.” 

Goed om te horen. Wat vindt u eigenlijk de leukste cadeaus om te geven? 

„Ik geef niet graag heel dure dingen. Ik probeer, en dat is moeilijk, om het niet een feest van de hebberigheid te laten zijn. Gelukkig is het niet zo dat kinderen allemaal een PlayStation willen. Er worden ook veel puzzels en spelletjes gevraagd. Kleine cadeautjes hoeven zeker geen rotzooi te zijn, maar het is veel leuker als ze met persoonlijke aandacht worden gegeven. Met een gedichtje of een surprise. Dat is veel moeilijker, maar ook dankbaarder dan de portemonnee trekken.”  

Er wordt weleens gezegd dat kinderen steeds brutaler worden. Hoe denkt u daarover?

„Natuurlijk zijn ze mondiger dan vroeger, maar dat is hartstikke leuk. Het braafste jongetje van de klas vertrouw ik voor geen meter. Braaf heeft niets met lief en gezellig te maken en ondeugend kan heel leuk zijn. Vroeger dreigden volwassenen vaak met Sinterklaas: ‘Als jij je boterham niet opeet, gooien we je in een vieze juten zak en ga je mee naar Spanje.’ En Pieten waren boze, zwarte mannen voor wie je bang moest zijn. Dat is onzin! Het woord straf komt bij Sinterklaas niet voor. Het is niet goed als kinderen alles mogen, maar angst is nog veel slechter. Ze moeten respect voor Sinterklaas tonen zonder bang te zijn. Dan kun je leuk spelen en ik daar houd ik van.”

Wat voor soort vragen of acties van kinderen raken u het meest?

„Ik ben oprecht ontroerd als blijkt dat ik een vertrouweling ben. Dat ze hopen dat ik iets voor hen kan doen als ze ergens mee zitten. Dat gebeurt gelukkig regelmatig. En het is ook fantastisch om met de boot aan te komen en al die kinderen blij, vrolijk en dankbaar te zien. Dan denk ik vaak: waar heb ik dit aan verdiend?”

U staat bekend als kindervriend. Hoe kijkt u tegen volwassenen aan? 

„Voor Sinterklaas blijven kinderen kinderen, hoe oud ze ook zijn. Zoals u weet, komt er een leeftijd waarop mensen denken dat Sinterklaas niet bestaat. Dat duurt meestal maar kort. Daarna gaan ze het op een  andere manier invullen en wordt het een nieuw spel, waarin ze weer gaan geloven. Zoals u er ook in gelooft; anders zat u hier niet. Het is prachtig om te zien als volwassenen die normaal heel nuchter zijn,worden gegrepen door het sinterklaasfeest. Het geloof in Sinterklaas is iets heel moois. Het is een feest van spanning en gezelligheid. Het hoort bij kou buiten en warmte binnen. En samenzijn, want Sinterklaas vier je met elkaar. En dan al die lekkernijen, die er alleen zijn als ik er ben. Pepernoten, marsepein, taaitaai en chocoladeletters.”

Kunt u proberen uzelf te omschrijven?

„Oei, dat is een lastige vraag. Maar ik zal het proberen. Ik ben een wat naïeve oude man, die zich nooit zorgen maakt. Leeftijdsloos, altijd oud geweest. Wijs als het me uitkomt, maar tegendraads als het beter uitkomt. Ik vind het heerlijk om in de belangstelling te staan en word graag aardig gevonden, vooral omdat ik geen angst wil inboezemen. En ik ben verre van volmaakt. Sinterklaas is niet God, zoals mensen soms denken. Ook ik heb mijn ondeugden. Ik houd van snoepen en een glaasje.”

Bent u een man van tradities? 

„Ik heb een rode jas aan en een mijter op, kom met een stoomboot en rijd op een paard in plaats van de auto te nemen. Zo hoort dat. Ik krijg elk jaar de vraag waarom ik nog steeds het grote boek gebruik en geen laptop. Nou die heb ik best hoor, maar daar loop ik niet zo mee te koop.” 

Krijgt u nog steeds veel brieven of zijn het vooral e-mails?

„Ik krijg ontzettend veel post. Alles waar kinderen mee zitten, schrijven ze aan Sinterklaas. Vaak zijn het vragen over cadeaus, maar ook verhalen over zieke broertjes en zusjes of gescheiden ouders. Op de brieven staat vaak alleen: aan Sinterklaas, zonder adres en postcode. Ik heb daarom met de mensen van de post afgesproken dat die worden bezorgd bij het secretariaat van Sinterklaas. En al die duizenden brieven worden beantwoord.”

Op televisie wordt het sinterklaasfeest uitgebreider gevierd dan vroeger. Wat vindt u daarvan?

„Dat is prima, zolang het maar niet al in september begint. Ik kom half november aan en ga weg na 5 december. Wat ik daarvoor en daarna doe, houd ik geheim. Dat de middenstand eind augustus al kruidnoten in de winkel legt, is mij een doorn in het oog, maar daar kan ik niets aan doen. En er is weleens een filmploeg in Spanje geweest, maar daar heb ik spijt van en dat doe ik ook niet meer.”

Wat vindt u zelf een mooi cadeau om te krijgen? 

„Ik vind het prachtig als er voor me wordt gezongen. Wat veel mensen niet weten, is dat er elk jaar mooie nieuwe sinterklaasliedjes worden geschreven. Meestal zijn dat eenjaarsvliegen. Er is er maar eentje die bij mijn weten echt is blijven hangen en dat is Sinterklaas (Wie kent hem niet) van Het Goede Doel. Maar ik houd ook nog steeds van de klassiekers hoor, al zitten daar soms akelige zinnetjes in. Zoals in Zie ginds komt de stoomboot: ‘Zijn knecht staat te lachen en roept ons reeds toe. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.’ Die laatste zin is helemaal niet waar en kinderen moeten dan altijd van me zingen: tralalalie tralalaloe.”

Waarom heeft u zelf geen kinderen?  

„Dat is een heel impertinente vraag. Dat behoor je niet te vragen aan een oude man. Misschien ligt er wel een medische oorzaak aan ten grondslag.”

 

Reageren