Ode aan downers

Interview: Barry Atsma over Down voor Dummies

Interview: Barry Atsma over Down voor Dummies

In de achtdelige BNN-serie Down voor Dummies volgt Barry Atsma drie meiden met het syndroom van Down: Sara, Britt en Lize. En hij vindt het heerlijk: ''Mensen met down ervaren dingen op een pure manier.''

Waarom heet het programma Down voor Dummies

‘’Omdat mensen er het fijne niet van weten. De subtitel luidt dan ook: ‘Ga maar eens kijken, want je weet er lang niet alles van.’ Het is een wat provocerende titel met een knipoog. Downers zijn slim, het publiek is dom: zo hebben we het een beetje opgezet.” 

Dit is je presenteerdebuut. Ga je het roer omgooien?

‘’Nee hoor, ik blijf gewoon acteren. Ik had een persoonlijke reden om dit programma te presenteren. Mijn broer Rimmert heeft het syndroom van Down. Ik ben met hem opgegroeid en heb veel van hem geleerd. Hij breekt iets open in mij, hij maakt iets los wat heel kwetsbaar en gevoelig is. Rimmert heeft dat van nature, ik ben dat soms kwijt. Dat is het bijzondere van downers: de maskers gaan af. Dat wil ik laten zien. Nu het nog kan.” 

Bedoel je dat het over een tijdje niet meer kan?

‘’Er is een nieuwe bloedtest voor zwangere vrouwen, waarmee je kunt vaststellen of je kind down heeft. Daardoor zullen er veel minder downers ter wereld komen. Als mijn vriendin zwanger was, zou ik ook willen dat ze zich liet testen. Ik ga de zorg voor mijn broer op me nemen als mijn ouders er niet meer zijn. Dat is pittig, dat zal niet gemakkelijk worden. Daar kan ik geen eigen kind met down bij hebben. Gek, want ik beschouw mijn broer als een ongelooflijk cadeau. Het is een dramatisch aspect van de serie. Mensen met down zijn een uitstervend ras. Op een heel stille manier gaat het daar ook wel over. Maar het is in de eerste plaats een ode, een hartverwarmend programma dat je aan het denken zet.” 

Ligt het accent op de bijzondere kanten van Sara, Britt en Lize?

‘’De meiden zijn ongelooflijk geestig. Ik zat vaak te schateren en ik weet zeker dat de kijkers dat ook zullen doen. Mensen met down zijn in alles wat extremer. Ze ervaren dingen op een pure manier. Hun rela­tiveringsvermogen is niet zo sterk ontwikkeld. Dat is hun kracht maar ook hun zwakte. Sara wordt bijvoorbeeld op een gegeven moment verliefd op mij. Ik zeg: ‘Dat kan toch niet.’ Zij: ‘Dat kan wel.’ Ik: ‘Maar we verschillen toch heel erg?.’ Zij: ‘Ja, jij bent wat ouder dan ik, dat is alles.’ Als presentator zit je dan toch even met je bek vol tanden. Dat zijn ontzettend grappige scènes. Maar er komen ook heel veel andere kanten aan bod.” 

Zoals?

‘’Het beeld dat de buitenwereld van downers heeft, is dat ze schattig en ontroerend zijn. Maar ze hebben veel aandacht en verzorging nodig. En ze moeten strijd leveren om zelfstandig te worden. Alleen wonen, met de bus reizen, hoe vind je de ware liefde? Beslis je zelf met wie je omgaat of doen je ouders dat? Bij m’n broer heb ik dat gevecht voor zelfstandigheid altijd gebagatelliseerd. Door met die meiden op te trekken, ben ik het gaan respecteren. Ik kijk nu anders naar mijn broer en ik heb ook meer waardering gekregen voor mijn ouders. Hoe ze het hebben gedaan, hoe ze hem hebben grootgebracht. Mijn ouders hebben heus wel eens gedacht; wat is dit een ongelooflijk zware opgave.”

Barry Atsma rekent dus af met clichés over Down.

Reageren